sluiten

4 december 2018

Actiepunten voor de ondernemer

Plan uw investeringen

Wanneer u nog een herinvesteringsreserve heeft die dit jaar gebruikt moet worden, zorg er dan voor dat er nog dit jaar wordt geïnvesteerd en voorkom dat u de reserve aan de belastbare winst moet toevoegen.

Spreiden investeringen voor meer KIA

Spreiden investeringen voor meer KIA

Het is bovendien zinvol om te bekijken of u voor de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA) bepaalde investeringen nog in 2018 moet doen of dat u die beter kunt doorschuiven naar 2019. Het spreiden van investeringen kan u meer KIA opleveren. Investeert u tussen € 2.300 en € 56.642, dan krijgt u hierover 28% KIA. U kunt voor een totale investering tussen € 56.642 en € 104.891 een vast bedrag claimen van € 15.863. Voor investeringen van in totaal tussen € 104.891 en € 314.673 neemt dit vaste bedrag geleidelijk af. Boven een investeringsbedrag van € 314.673 krijgt u geen KIA meer. Spreiden van de investeringen over twee jaren is dan dus altijd voordeliger.

 

Desinvesteren of juist niet?

Heeft u voor uw investeringen investeringsaftrek genoten? Voorkom dan een desinvesteringsbijtelling. U krijgt hiermee te maken als u voor een bedrijfsmiddel investeringsaftrek heeft geclaimd, maar u dit bedrijfsmiddel verkoopt binnen vijf jaar na het begin van het jaar, waarin u de aftrek had geclaimd. Ook als u binnen die termijn een handeling verricht die met verkoop gelijk te stellen is - u brengt bijvoorbeeld een bedrijfsmiddel over naar uw privévermogen - krijgt u met de desinvesteringsbijtelling te maken. Check daarom altijd eerst de investeringsdatum, voordat u tot desinvesteren overgaat. Wellicht moet u dat pas in 2019 doen.

 

Bereid u voor op hoger btw-tarief

Het verlaagde btw-tarief gaat per 1 januari 2019 omhoog van 6% naar 9%. Als de tariefsverhoging doorgaat, heeft dat de nodige impact op uw administratie. Ten eerste moet u uw administratieve systemen en procedures tijdig (laten) aanpassen, zodat u zonder problemen kunt overgaan op het hogere tarief. De btw-verhoging is daarnaast kostprijsverhogend als u geheel of gedeeltelijk btw-vrijgestelde prestaties verricht en u dus in zoverre de aan u in rekening gebrachte btw niet in aftrek kunt brengen. Wellicht dat u investeringen nog naar voren kunt halen.

 

Geen naheffingen

Staatssecretaris Snel van Financiën heeft beloofd dat hij ondernemers niet wil belasten met extra administratieve lasten als gevolg van deze verhoging. De Belastingdienst zal daarom niet naheffen op in 2018 betaalde goederen en diensten die pas in 2019 worden geleverd of verricht. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om concerten en sportevenementen, maar bijvoorbeeld ook om goederen en diensten zoals stukadoor- en schilderwerkzaamheden.

 

Actiepunt

Hoewel het nog niet zeker is dat ook de Eerste Kamer met de voorgenomen verhoging van het verlaagde btw-tarief zal instemmen, is het toch verstandig dat u zich op de voorgenomen btw-verhoging voorbereidt als u goederen levert of diensten verricht die onder het verlaagde btw-tarief vallen. U kunt uw administratie en prijzen alvast aanpassen. Ook kunt u bij de jaarovergang alvast uw facturen aanpassen en bij het opstellen van offertes voor 2019 al rekening houden met de voorgenomen btw-verhoging.

 

Minder Energie-investeringsaftrek (EIA)

Het kabinet stelt voor om het aftrekpercentage voor de Energie-investeringsaftrek (EIA) in 2019 te verlagen van 54,5% naar 45%. De EIA is een extra aftrekpost van de investeringskosten op de fiscale winst bovenop de gebruikelijke afschrijving. U komt hiervoor in aanmerking als uw bedrijf investeert in een energiezuinig bedrijfsmiddel dat op de zogenaamde Energielijst staat. U moet de EIA aanvragen binnen drie maanden na het verlenen van de investeringsopdracht.

De EIA wordt voor een periode van 5 jaar voortgezet. Dit geldt overigens ook voor de milieu-investeringsaftrek (MIA) en de Willekeurige afschrijving milieu-investeringen (Vamil).

 

Actiepunt

Investeer nog dit jaar in een energiezuinig bedrijfsmiddel en profiteer nog van het hoge aftrekpercentage.

 

Winst verlagen met oudedagsreserve maar pas op…

Voldoet u aan het urencriterium (besteedt u minimaal 1.225 uren aan uw onderneming) en had u op 1 januari 2018 de AOW-gerechtigde leeftijd nog niet bereikt? In dat geval kunt u 9,44% van uw winst aan een oudedagsreserve toevoegen met een maximum van € 8.246. Let op, op deze dotatie komt eerst nog in mindering de ten laste van de winst gekomen pensioenpremie. Bovendien kunt u toevoegen voor zover uw ondernemingsvermogen aan het einde van het jaar meer bedraagt dan de oudedagsreserve aan het begin van het jaar. Met toepassing van de oudedagsreserve kunt u uw belastbare winst verlagen, zonder dat u werkelijk een uitgave doet. De oudedagsreserve is eigenlijk niet meer dan een papieren reserve in de vorm van een aftrekpost. Maar aan die aftrekpost hangt wel een prijskaartje als u verder niets doet.

 

Omzetten in een lijfrente

U bouwt niet werkelijk een oudedagsvoorziening op. Maar staakt u uw onderneming, dan wordt de oudedagsreserve wel bij uw winst geteld en moet u er alsnog belasting over betalen. Als u de financiële middelen daartoe heeft, doet u er daarom verstandig aan om ter grootte van de jaarlijkse dotatie aan de reserve ook werkelijk liquide middelen opzij te zetten. U kunt dan gebruikmaken van de mogelijkheid om de oudedagsreserve om te zetten in een lijfrente bij een verzekeraar of een bank. Met de opzijgezette liquide middelen betaalt u dan de lijfrentepremie waarmee de oudedagsreserve afneemt. Belastingheffing komt dan pas in beeld als de lijfrente tot uitkering komt.

 

Btw-maatregelen e-commerce

Bent u een kleine ondernemer die via het internet in beperkte mate digitale diensten verricht voor particulieren in een ander EU-land? In dat geval komt u volgend jaar mogelijk in aanmerking voor een tegemoetkoming in de btw-verplichtingen. Kleine ondernemers die alleen in Nederland gevestigd zijn en via het internet digitale diensten verrichten voor particulieren in andere EU-lidstaten, moeten volgens een nieuw wetsvoorstel vanaf 2019 in Nederland btw-aangifte doen naar het Nederlandse btw-tarief. Daarbij geldt als voorwaarde dat de omzet van deze diensten in het lopende kalenderjaar én in het kalenderjaar ervoor, niet meer dan € 10.000 mag bedragen. U mag er ook voor kiezen om btw af te dragen in de EU-lidstaat van de particulier naar het daar geldende tarief. De Belastingdienst heeft hiervoor onlangs het formulier ‘Keuze plaats van dienst digitale diensten’ beschikbaar gesteld.

Vanaf 2021 worden er nog meer maatregelen ingevoerd in het kader van e-commerce. Zo wordt dan de toepassing van de Mini One Stop Shop-regeling ook mogelijk voor afstandsverkopen. Daarvoor zal te zijner tijd nog een wetsvoorstel worden ingediend.

 

Actiepunt

Check uw jaaromzet en stel vast of u voor deze tegemoetkoming in aanmerking komt.

 

Vereenvoudiging bewijslast

In 2019 treedt ook nog een andere vereenvoudigingsmaatregel in werking. Ondernemers die digitale diensten verrichten voor particulieren in andere EU-lidstaten met een jaaromzet van niet meer dan € 100.000 hoeven dan nog maar één in plaats van twee bewijsstukken te overleggen voor het vaststellen van de woonplaats van de particulier.

 

Nieuwe btw-regels voor vouchers

Bent u al klaar voor de nieuwe btw-regels voor vouchers?

Maakt u gebruik van vouchers? Denk bijvoorbeeld aan waarde- en cadeaubonnen of telefoonkaarten? Vanaf 1 januari 2019 treden er nieuwe regels in werking voor de btw-heffing bij uitgifte, (door)verkoop en inwisseling daarvan. De regels moeten de dubbele heffing, geen heffing of andere ongewenste gevolgen voorkomen van de huidige btw-afhandeling van vouchers, die per lidstaat verschilt. Op vouchers die vóór 1 januari 2019 zijn uitgegeven, blijft de huidige wetgeving van toepassing. De nieuwe regels hebben ook geen betrekking op kortingsvouchers.

 

Enkelvoudig of meervoudig gebruik

De nieuwe regels maken onderscheid tussen vouchers voor enkelvoudig en voor meervoudig gebruik. Vouchers voor enkelvoudig gebruik kunnen slechts voor één doel worden gebruikt. Vouchers voor meervoudige gebruik kunnen voor verschillende doelen worden gebruikt. Bij vouchers voor enkelvoudig gebruik vindt de btw-heffing plaats bij uitgifte en bij elke doorverkoop. Bij de vouchers voor meervoudig gebruik vindt de btw-heffing pas plaats bij inwisseling. Ook wijzigt de maatstaf van heffing bij belaste transacties met vouchers.

 

Actiepunt

Maakt u gebruik van vouchers? In dat geval zult u uw btw-administratie moeten aanpassen aan de nieuwe regels. Uw btw-adviseur kan u daarbij behulpzaam zijn.

 

Landbouwers: denk aan claimen herzienings-btw

Bent u landbouwer, veehouder, tuinbouwer of bosbouwer en maakte u tot 2018 gebruik van de landbouwvrijstelling in de btw? Dan is er veel voor u veranderd door de afschaffing van deze vrijstelling per 1 januari 2018. U bent immers btw-plichtig geworden met alle administratieve gevolgen van dien. De keerzijde is dat u sinds 1 januari 2018 de btw die aan u in rekening wordt gebracht, mag aftrekken van de door u verschuldigde btw. Dit betekent ook dat u de niet afgetrokken btw die u heeft betaald op investeringsgoederen die u vóór 1 januari 2018 heeft aangeschaft, mogelijk alsnog kunt aftrekken. Daarvoor zijn de zogenoemde herzieningsregels bepalend.

Landbouwers

 

Herzieningsregels

De herzieningsregels houden in dat er voor onroerende en roerende zaken waarop u afschrijft, na het jaar van aanschaf en ingebruikname nog een herzieningsperiode volgt van respectievelijk 9 en 4 jaar. U moet in die periode aan ieder jaar respectievelijk 1/10e en 1/5e gedeelte van de bij aanschaf betaalde btw toerekenen. Vervolgens moet u aan het einde van ieder jaar beoordelen in hoeverre u recht heeft op aftrek van dat gedeelte van de btw. Dat hangt af van de mate waarin u dat jaar belaste of vrijgestelde prestaties verricht. Alleen voor zover u belaste prestaties verricht, heeft u immers recht op aftrek van btw. Blijkt uit de herzieningsberekening dat u te veel of te weinig btw in aftrek heeft gebracht, dan moet u het verschil aangeven op de aangifte van het laatste tijdvak van het boekjaar.

 

Tijdig claimen niet afgetrokken btw

Of, en hoe u de niet afgetrokken btw die u heeft betaald op investeringsgoederen die u vóór 1 januari 2018 heeft aangeschaft alsnog kunt aftrekken, is vastgelegd in een overgangsregeling bij de afschaffing van de landbouwvrijstelling. Die regeling is later versoepeld, waardoor u meer tijd heeft om de btw-aftrek alsnog te claimen. De versoepeling houdt in dat:

·       u de betaalde maar niet afgetrokken btw op de vóór 1 januari 2018 aangeschafte én in gebruik genomen investeringsgoederen voor de resterende herzieningsperiode in één keer kunt claimen in heel 2018 (meer specifiek: in een tijdvak naar keuze dat aanvangt in 2018);

·       u de aftrek van betaalde maar niet afgetrokken btw op vóór 1 januari 2018 aangeschafte maar op die datum nog niet in gebruik genomen investeringsgoederen, in één keer volledig kunt claimen in heel 2018, maar uiterlijk in het belastingtijdvak waarin u de goederen in gebruik neemt.

In beide gevallen gelden sinds 1 januari 2018 dan wel weer de normale herzieningsregels, zoals hiervoor omschreven.

 

Actiepunt

Kunt u gebruikmaken van de overgangsregeling, maar heeft u dat nog niet gedaan? Zorg er dan voor dat u voor het eind van het jaar de herzienings-btw alsnog heeft geclaimd. Specifiek voor de herziening van agrarische producten in opslag, veldinventaris en verbruiksvee hebben de Belastingdienst en LTO Nederland praktische afspraken gemaakt over de te hanteren herzieningspercentages (deze kunt u hier vinden).

 

Voorkom dat oude verliezen niet meer verrekenbaar zijn

Heeft u in het verleden verliezen geleden, dan kunt u die verrekenen met winsten van de voorafgaande 3 jaar of met de winsten van de negen volgende jaren. Dit betekent dat verliezen uit 2009 na 31 december 2018 niet meer verrekenbaar zijn. Door tijdig actie te ondernemen, kunt u (een deel van) de verliezen wellicht toch nog verrekenen. Dat kan bijvoorbeeld door stille reserves in bedrijfsmiddelen te realiseren. Uw adviseur kan voor u onderzoeken welke mogelijkheden u nog heeft.

Privegebruik auto

Btw-correctie privégebruik auto van de zaak 

U moet als ondernemer of werkgever btw afdragen over de waarde van het privégebruik van de auto van de zaak. Het woon-werkverkeer wordt overigens voor de btw tot het privégebruik gerekend. Betaalt uw werknemer een vergoeding voor het privégebruik, dan is deze vergoeding in beginsel tegen 21% btw belast. Als u of uw werknemer geen vergoeding betaalt voor het privégebruik, maar er is wel een sluitende rittenadministratie bijgehouden, dan bedraagt de btw 21% over de uitgaven voor de werkelijk gereden privékilometers. Betaalt u of uw werknemer geen vergoeding voor privégebruik en een sluitende rittenadministratie ontbreekt, dan wordt de btw forfaitair gesteld op 2,7% (in enkele gevallen 1,5%) van de catalogusprijs (incl. bpm en btw) van de auto. De btw berekent u naar rato van het aantal dagen dat de auto (mede) voor privédoeleinden ter beschikking heeft gestaan. U geeft deze btw aan in het laatste tijdvak van het kalenderjaar.

 

Ook btw-correctie bij eigen bijdrage

De btw-correctie vindt in beginsel ook plaats wanneer u als dga of uw werknemer een vergoeding voor het privégebruik betaalt, die lager is dan de zogenoemde ‘normale waarde’. Betaalt u of uw werknemer een onzakelijk lage vergoeding, dan moet die vergoeding ten minste op de normale zakelijke waarde worden gesteld. De normale waarde is het bedrag dat ‘in de markt’ moet worden betaald voor het gebruik van de betreffende auto. Die waarde is niet altijd even eenvoudig vast te stellen. Daarom mag u ook een evenredig deel van de aan het privégebruik toerekenbare totale kosten (waaronder de afschrijving) van de auto als grondslag voor de btw-correctie hanteren. Kunt u deze berekening niet maken, omdat bijvoorbeeld het aantal privékilometers niet bekend is, dan mag u toch de forfaitaire btw-correctie van 2,7% of 1,5% over de catalogusprijs toepassen. De eigen bijdrage voor het privégebruik moet dan wel lager zijn dan de normale waarde.

BUA-correctie personeelsvoorzieningen

BUA-correctie voor personeelsvoorzieningen

De aftrek van voorbelasting voor personeelsvoorzieningen wordt op grond van het Besluit uitsluiting aftrek omzetbelasting (BUA) uitgesloten, tenzij de kosten per werknemer onder het bedrag van € 227 per jaar zijn gebleven. U moet aan het einde van het jaar beoordelen of deze grens al dan niet is overschreden. Bij overschrijding van het bedrag is de btw op de kosten niet aftrekbaar. Tot de personeelsvoorzieningen behoren onder meer het personeelsfeest, het  bedrijfsuitje, kerstpakketten en dergelijke. Voor kantineverstrekkingen geldt echter een aparte regeling.

 

NHG-hypotheek al na 1 jaar ondernemerschap 

Iedere ondernemer die ten minste 1 jaar actief is, kan een hypotheek met NHG afsluiten. Tot voor kort moest u ten minste 3 jaar ondernemer zijn om hiervoor in aanmerking te komen. De NHG heeft hiervoor de inkomensverklaring Ondernemer geïntroduceerd. Uw inkomen wordt door onafhankelijke experts berekend op basis van de verdiencapaciteit. De inkomensverklaring kunt u aanvragen via de site van de NHG en wordt binnen 5 werkdagen opgeleverd. De verklaring is vervolgens een half jaar geldig en bruikbaar voor meerdere geldverstrekkers.

 

Let op

De maximale koopsom van een woning voor een financiering met NHG is momenteel € 265.000. Waarschijnlijk gaat deze kostengrens volgend jaar omhoog naar € 290.000.

Wellicht een reden om de koop uit te stellen tot 2019.

Deze informatie was actueel op het moment van plaatsing. KALB Accountants staat niet in voor de juistheid van bovenstaande informatie op dit moment, neem daarvoor eventueel contact met ons op.

KALB Accountants brengt u graag op de hoogte van het laatste nieuws op het gebied van Accountancy, Belastingen en andere financiële zaken. Onze nieuwsberichten zijn in eerste instantie bedoeld om u te oriënteren op de beschreven materie en zullen dus in de meeste gevallen de beschreven zaken niet uitputtend behandelen. Hoewel ten aanzien van de inhoud van dit nieuwsbericht de uiterste zorg is nagestreefd, kunnen wij als KALB Accountants niet volledig instaan voor eventuele (druk)fouten en onvolledigheden. Wij sluiten bij deze de aansprakelijkheid hiervoor uit.
 
Voor een toelichting of nader advies inzake de gepubliceerde artikelen kunt u altijd contact met ons opnemen. Wij zijn u uiteraard graag van dienst. Indien u al cliënt bent van KALB Accountants kunt u daarvoor contact opnemen met uw relatiebeheerder. Indien u (nog) geen cliënt bent van KALB Accountants, kunt u onze contactinformatie vinden via het menu op deze pagina.
 
Wilt u ook periodiek op de hoogte gehouden worden? Dan kunt u zich via het inschrijven nieuwsbrief formulier (geheel vrijblijvend) inschrijven voor onze nieuwsberichten. Mocht u later geen prijs meer stellen op onze nieuwsberichten kunt u zich ook heel eenvoudig weer afmelden. De link daarvoor vindt u onderaan in elke nieuwsbrief.
Uw persoonsgegevens worden verwerkt volgens de geldende AVG-normen. Voor de wijze waarop wij omgaan met uw persoonsgegevens, zie ons Privacy Statement.