sluiten

4 december 2018

Actiepunten voor alle belastingbetalers

Anticipeer op minder hypotheekrenteaftrek

Volgend jaar gaan de tarieven in de loon- en inkomstenbelasting omlaag. Het tarief in de tweede en derde schijf gaat van 40,85% zelfs met 2,75% omlaag naar 38,10%. Dat betekent echter ook dat u daardoor minder hypotheekrenteaftrek heeft. De hoogste tariefschijf (belastbaar inkomen vanaf € 68.507) daalt van 51,95% naar 51,75%. Voor deze inkomensgroep heeft dit echter geen effect op de aftrekbaarheid van de hypotheekrente. De renteaftrek wordt immers voor deze groep al sinds 2014 afgebouwd met 0,5% per jaar. De renteaftrek bedraagt dit jaar nog 49,5% en wordt volgend jaar 49%.

Vanaf 2020 wordt de aftrek van hypotheekrente zelfs versneld afgebouwd met 3% per jaar, zodat vanaf 2023 de aftrek nog maar maximaal 37,05% bedraagt.

 

Actiepunt

U mag in 2018 de hypotheekrente over de periode 1 januari tot 1 juli 2019 vooruitbetalen en in 2018 in aftrek brengen. Doe dit wel in overleg met uw bank. Er zijn banken die hier niet aan meewerken. Als het kan, laat dan de vooruitbetaling schriftelijk vastleggen. U heeft dan tegenover de Belastingdienst een bewijs van betaling.

 

Aflossen op uw eigenwoningschuld of niet?

De vermindering van de hypotheekrenteaftrek in de komende jaren is voor u wellicht aanleiding om af te lossen op uw eigenwoningschuld. Maar dat is niet altijd voordelig.

Bent u namelijk van plan te verhuizen, dan kunt u juist met meer renteaftrekbeperking te maken krijgen. Een eerdere aflossing op uw hypotheek betekent dan dat uw renteaftrek voor een nieuwe hypotheek mogelijk wordt beperkt door de werking van de zogenoemde bijleenregeling. Uw eigenwoningreserve (het verschil tussen de netto verkoopprijs van uw verkochte woning en uw hypotheek) is groter door de eerdere aflossing op de eigenwoningschuld. U wordt geacht deze (grotere) reserve te herinvesteren in uw nieuwe woning. In zoverre heeft u geen renteaftrek voor de nieuwe eigenwoningschuld.

 

Start afbouw aftrek geen of kleine eigenwoningschuld

Een ander punt waarmee u in dit verband rekening moet houden, is dat de regeling waarbij u geen eigenwoningforfait hoeft bij te tellen bij uw inkomen als u geen of slechts een kleine hypotheek heeft, vanaf 2019 stapsgewijs in 30 jaar wordt afgeschaft.

 

Check uw dubbele hypotheekrenteaftrek

Staat uw voormalige eigen woning te koop en bent u inmiddels verhuisd naar een andere eigen woning? Of heeft u de woning al wel verkocht, maar nog niet overgedragen aan de koper? U kunt dan tijdelijk zowel de rente van de hypotheek op uw voormalige woning als van de hypotheek op uw huidige eigen woning in aftrek brengen in uw IB-aangifte. Dat geldt ook voor de situatie waarin u al een woning heeft gekocht, maar nog niet bent verhuisd of waarin u een woning laat bouwen. De termijn voor de dubbele hypotheekrenteaftrek is in de regel drie jaar. Ga na of u nog dubbele renteaftrek heeft.

 

WoningenStel levering van uw verkochte woning nog even uit

Verkoopt u dit (na)jaar uw eigen woning met een overwaarde maar heeft u aan het eind van het jaar nog geen nieuwe eigen woning gekocht? U doet er dan verstandig aan om de levering uit te stellen tot na 1 januari 2019. Zolang de levering nog niet heeft plaatsgevonden, blijft de woning tot box 1 behoren. De overwaarde hoeft u dan op de peildatum 1 januari 2019 niet op te nemen in de rendementsgrondslag van box 3. Staat uw huis ‘onder water’? Dan is levering in 2018 juist voordelig voor de box-3-heffing. Dit geldt ook als u nog dit jaar een woning wilt kopen met eigen vermogen.

 

Loopt uw termijn af voor dubbele renteaftrek bij verhuur?

Verhuurt u inmiddels tijdelijk uw niet verkochte woning? Tijdens de verhuur heeft u dan geen renteaftrek. Maar als die verhuur eindigt binnen de 3-jaarstermijn voor dubbele renteaftrek, dan herleeft de dubbele renteaftrek voor de resterende termijn van 3 jaar. Zodra de 3-jaarstermijn is verstreken, heeft u daarna bij beëindiging van de verhuur definitief geen recht meer op renteaftrek, tenzij u zelf weer in de tijdelijk verhuurde woning gaat wonen. 

 

Verhuur niet verkochte woning nog even uitstellen of juist niet

Overweegt u om uw niet verkochte eigen woning tijdelijk te verhuren? In dat geval kan het verstandig zijn om dit over de jaarwisseling heen te tillen. De woning en de hypotheek gaan namelijk tijdens de verhuurperiode tot uw box 3-vermogen behoren. De peildatum voor de box 3-heffing is 1 januari van het kalenderjaar. Heeft u nog overwaarde op uw niet verkochte woning en stelt u de aanvang van de verhuur uit tot na de jaarwisseling, dan bespaart u dus box-3-belasting. Is uw hypotheekschuld hoger dan de waarde van uw woning, dan staat uw woning ‘onder water’. In dat geval kan het wel aantrekkelijk zijn om de verhuur nog dit jaar te starten.

 

Laatste jaar aftrek uitgaven monumentenpanden

Op Prinsjesdag is het streven al aangekondigd om per 1 januari 2019 de fiscale monumentenaftrek definitief te vervangen door een subsidieregeling. Hiervoor is inmiddels een wetsvoorstel aangenomen bij de Tweede Kamer. Dit jaar is dus het laatste jaar waarin u nog de onderhoudskosten aan uw monumentenpand in aftrek brengen in uw aangifte inkomstenbelasting. De aftrek bedraagt 80% van de betaalde onderhoudskosten. Dit geldt zowel voor monumentenpanden die u als eigen woning in gebruik heeft als voor box-3-panden.

 

Voorlopige aanslag of teruggaaf laten aanpassen

Heeft u inkomsten waarover geen loonheffing wordt ingehouden en u pas achteraf inkomstenbelasting moet betalen? U kunt dan een voorlopige aanslag aanvragen, zodat u de verschuldigde inkomstenbelasting gespreid over het jaar alvast betaalt. Heeft u aftrekposten waarmee bij de vaststelling van de aanslag inkomstenbelasting rekening gehouden moet worden, dan kunt u alvast om een voorlopige teruggaaf vragen, zodat u de teruggaaf alvast krijgt in maandelijkse termijnen in de loop van het jaar. In beide gevallen vindt de eindafrekening met de Belastingdienst plaats na afloop van het jaar, wanneer u de aangifte inkomstenbelasting hebt ingediend. Heeft u dan te weinig inkomstenbelasting betaald of juist te veel teruggaaf gehad, dan moet u die belasting alsnog betalen. Vanaf 1 juli van het jaar na het betreffende belastingjaar betaalt u bovendien 4% belastingrente. Dat kunt u voorkomen door de voorlopige aanslag of teruggaaf tijdig te laten aanpassen. Doet u dat voor het einde van het jaar, dan kan al vanaf januari 2019 hiermee rekening gehouden worden.

 

Actiepunt

Verwacht u een wijziging in uw inkomen of in uw privéomstandigheden? Of heeft u uw hypotheek overgesloten naar een hypotheek met een veel lagere rente, waardoor u veel minder renteaftrek heeft? Dan moet u waarschijnlijk uw voorlopige aanslag of teruggaaf laten aanpassen aan de nieuwe situatie.

Geld

 

Tijdig lijfrentepremie betalen

Heeft u een pensioentekort? Dan kunt u hiervoor een aanvullend inkomen regelen. Bijvoorbeeld door bij een verzekeraar een lijfrentepolis te sluiten of bij een bank een lijfrentebankspaarproduct. De lijfrentepremie die u in 2018 heeft betaald, kunt u aftrekken in uw aangifte inkomstenbelasting 2018 die u volgend jaar indient bij de Belastingdienst. Het is niet meer mogelijk om na afloop van het jaar de lijfrentepremie te betalen en dan de aftrek terug te wentelen naar het voorafgaande jaar.

 

Tip

Bent u in de afgelopen vijf jaar toch vergeten om de lijfrentepremie in aftrek te brengen? Verzoek dan bij de Belastingdienst om een ambtshalve vermindering. U moet dan wel kunnen aantonen dat u de lijfrentepremies niet hebt afgetrokken. Dat kunt u doen met kopieën van de ingediende aangiften inkomstenbelasting van de afgelopen jaren en de aanslagen over die jaren. Bewaar daarom oude aangiften.

 

Forfaitaire rendementen box 3 voor 2019

De definitieve forfaitaire rendementspercentages voor de box-3-heffing in 2019 zijn bekendgemaakt (tussen haakjes forfaitair rendementspercentages 2018):

 Belastbaar vermogen  Forfaitair rendements-percentage
 tot € 71.651  1,94% (2,02%)
 € 71.651 tot € 989.737  4,55% (4,33%)
 boven de € 989.736  5,60% (5,38%)

Spaarvarken

Dit betekent een verlaging van de box-3-heffing voor de kleine spaarder, maar grote vermogens zullen juist zwaarder worden belast. Hoe groter uw vermogen is, des te meer rendement u geacht wordt te maken en dus hoe meer box-3-heffing u moet betalen. Het kan dus verstandig zijn om uw box-3-vermogen te verlagen. Dat kan bijvoorbeeld door de geplande aankoop van dure goederen die niet tot box 3 worden gerekend (denk aan een auto, boot of kunstwerk), nog dit jaar te doen.

 

Betaal belastingschulden

Belastingschulden kunt u niet aftrekken van uw vermogen in box 3. Maar betaalt u deze schulden vóór 31 december 2018, dan wordt uw vermogen in box 3 wel lager en bespaart u dus box-3-heffing. Een uitzondering wordt gemaakt voor de verschuldigde erfbelasting. Die schuld is wel aftrekbaar van uw box-3-vermogen.

 

Beleg in groene beleggingen

Een andere manier om de box-3-heffing te beperken is sparen of beleggen in groenfondsen die de Belastingdienst heeft aangewezen. Deze groene beleggingen zijn namelijk tot een bedrag van € 57.845 (in 2018) vrijgesteld in box 3. U kunt bovendien gebruikmaken van een heffingskorting van 0,7% van het vrijgestelde bedrag.

 

Box-3-vermogen fiscaal voordelig verdelen

Er zijn verschillende forfaitaire rendementen in box 3 die oplopen naarmate u meer box-3-vermogen heeft (zie de tabel hiervoor). Over de forfaitaire rendementen betaalt u 30% box-3-heffing. Het is dus van belang om uw vermogen tussen u en uw partner te verdelen. Heeft u bijvoorbeeld een box-3-vermogen van € 130.000, dan is het verstandig om dit over u beiden gelijkelijk te verdelen, zodat bij ieder van u het forfaitaire rendementspercentage van 1,94% van toepassing is. Verdeelt u niet, dan bedraagt dat percentage 4,55% voor zover uw belastbare box-3-vermogen (dus na aftrek van het heffingsvrije vermogen) meer bedraagt dan € 71.651.

 

Onderzoek de alternatieven

Voor de grotere vermogens betekenen de nieuwe forfaitaire rendementspercentages een belastingverzwaring. Het is daarom zinvol om te kijken of er alternatieven zijn. Zo kunt u misschien beter uw eigenwoningschuld aflossen, of uw vermogen overbrengen naar een open fonds voor gemene rekening of misschien wel naar een bv? Het is de moeite waard om dit eens te laten uitzoeken.

Boeken

Afschaffing aftrek scholingsuitgaven opnieuw uitgesteld

De afschaffing van de fiscale aftrek van scholingsuitgaven is opnieuw uitgesteld. De aftrek scholingsuitgaven moet nu met ingang van 1 januari 2020 worden vervangen door een individuele leerrekening in plaats van de invoering van scholingsvouchers (waar eerder van werd uitgegaan). De bestaande aftrek van scholingsuitgaven kunt u dus ook volgend jaar nog claimen.

 

Nog aanvullend schenken voor de eigen woning in 2018?

Dat kan, maar niet altijd. De begunstigde kan per schenker eenmaal in zijn leven gebruikmaken van één van de vrijstellingsregelingen voor de eigen woning. Heeft uw kind in 2015 of 2016 voor het eerst gebruik gemaakt van de eenmalige verhoogde schenkingsvrijstelling voor de eigen woning? In dat geval kunt u die in 2018 nog met maximaal € 46.824 aanvullen, tenzij u al in 2017 heeft aangevuld. Dat maximumbedrag van € 46.824 geldt ook als u de vrijstelling voor de eigen woning in 2015 of 2016 wel maar niet maximaal heeft benut. Schonk u uw kind (of diens partner) in 2016 bijvoorbeeld € 30.000 met toepassing van de vrijstelling in plaats van het maximum van € 53.016? U kunt dan dus niet maximaal € 70.000 aanvullen, maar slechts € 46.824.

 

Let op

Uw kind (of zijn/haar partner) moet op het moment van de aanvulling voldoen aan de leeftijdseis. Dat wil zeggen dat hij of zij ouder is dan 18 jaar en jonger dan 40 jaar.

Samenloop met verhoogde vrijstelling 2010-2014

Is in de periode 2010 tot en met 2014 al gebruik gemaakt van een verhoogde vrijstelling (al dan niet voor de eigen woning)? In dat geval kan geen gebruik meer worden gemaakt van de verhoogde vrijstelling, ook niet als toen slechts een deel van de vrijstelling is benut.

 

Gespreid vrijgesteld schenken voor de eigen woning

Sinds 1 januari 2017 mag u ook gespreid maximaal € 100.800 (in 2018) vrijgesteld schenken voor de eigen woning aan uw kind (of zijn/haar partner), mits uw kind (of de partner) aan de leeftijdseis voldoet. U kunt de schenking dan spreiden over drie aansluitende kalenderjaren. Heeft u bijvoorbeeld in 2017 € 30.000 aan uw kind geschonken, dan mag u de resterende (maximaal) € 70.000 over 2018 en 2019 spreiden.

 

Erfbelasting besparen via jaarlijkse schenking aan uw kinderen

Bij uw overlijden wordt over uw vermogen erfbelasting geheven. Uw kinderen betalen 10% en/of 20% erfbelasting. Door tijdens uw leven gespreid te schenken, draagt u alvast vermogen over aan uw kinderen. Bij uw overlijden is er dan minder vermogen waarover zij erfbelasting verschuldigd zijn. Schenken levert dus in de toekomst een belastingbesparing op. U kunt fiscaal vriendelijk vermogen overhevelen naar uw kinderen door jaarlijks een bedrag van € 5.363 (in 2018) vrijgesteld te schenken. Uw kinderen hoeven dan geen aangiftebiljet voor de schenkbelasting in te dienen. Als u meer schenkt, moet over het meerdere schenkbelasting worden betaald. In dat geval moeten uw kinderen uiterlijk vóór 1 maart 2019 een aangiftebiljet voor de schenkbelasting hebben ingediend.

 

Eenmalig vrijgesteld schenken aan uw kinderen

Naast de jaarlijkse schenking kunt u uw kinderen (of hun partners) als zij ouder zijn dan 18 en jonger dan 40 jaar, ook eenmalig een hoger bedrag vrijgesteld schenken. Deze eenmalige schenking bedraagt € 25.731 (in 2018). Daarnaast kunt u aan deze kinderen – in plaats van de eenmalig verhoogde schenking – ook een extra verhoogde vrijgestelde schenking doen van € 53.602 (in 2018). Zij moeten de schenking dan wel gebruiken voor een dure studie. Voor deze schenking is een notariële schenkingsakte nodig. Tot 1 januari 2017 gold deze extra verhoogde schenkingsvrijstelling ook voor de eigen woning. Deze verhoogde vrijstelling is echter sindsdien verhoogd naar € 100.000 en wordt jaarlijks geïndexeerd. In 2018 bedraagt de verhoogde schenkingsvrijstelling € 100.800 (zie voor meer informatie hierna).

 

Digitaal aangifte doen

Uw kind moet een schenkingsaangifte indienen voor de eenmalig vrijgestelde schenkingen. Daarin doet uw kind een beroep op de eenmalige vrijstelling. Uw kind moet die aangifte vóór 1 maart 2019 indienen. Dat kan digitaal door met de DigiD in te loggen op MijnBelastingdienst.

 

Zorg dat schenking tijdig aan onderhoud eigen woning is besteed

Heeft u in 2016 uw kind een verhoogde schenking gedaan voor onderhoud of verbetering van zijn/haar eigen woning, waarbij uw kind de verhoogde schenkingsvrijstelling heeft toegepast? Attendeer uw kind er dan op dat hij/zij ervoor moet zorgen dat de schenking eind 2018 daaraan moet zijn besteed en dat de verbouwings- of onderhoudswerkzaamheden moet zijn afgerond. Anders vervalt de vrijstelling alsnog. 

 

Btw-verhoging gaat u voelen in uw portemonnee

GroentenHet verlaagde btw-tarief gaat omhoog van 6% naar 9%. Naast uw boodschappen worden bijvoorbeeld ook duurder boeken, papieren bladen zoals kranten en tijdschriften, maar ook medicijnen en hulpmiddelen, kunst en antiek. Naast veel goederen worden ook veel diensten duurder. De belangrijkste zijn:

·       kappersdiensten;

·       reparatie van (elektrische) fietsen;

·       reparatie van kleding en huishoudlinnen (gordijnen, vitrages, (tafel)lakens, handdoeken etc.);

·       reparatie van schoenen en lederwaren;

·       isoleer-, schilder-, stukadoorswerkzaamheden aan en behangen van woningen ouder dan 2 jaar;

·       schoonmaken van woningen (ook woningen jonger dan 2 jaar);

·       het bieden van logies en/of kampeergelegenheid;

·       cultuur en recreatie;

·       het gelegenheid geven tot sportbeoefening, zwemmen en saunabezoek en toegang tot sportwedstrijden;

·       personenvervoer;

·       het opleveren van goederen waarvoor de opdrachtgever de grondstoffen heeft geleverd, zoals het opkweken van planten en groeten en het opfokken van dieren.

 

Actiepunt

Wellicht kunt u voor 2019 bepaalde geplande activiteiten nog naar voren halen, zodat u op deze diensten nog 3% btw kunt besparen.

 

Uitbreiding btw-sportvrijstelling

De btw-sportvrijstelling wordt in 2019 uitgebreid. Tot nu toe geldt de vrijstelling alleen voor het gelegenheid geven tot sportbeoefening van sportorganisaties aan hun leden. Vanaf 2019 zal de vrijstelling ook gelden voor diensten aan niet-leden. Verder wordt de vrijstelling uitgebreid naar de diensten die nauw samenhangen met de beoefening van sport of met lichamelijke opvoeding. In alle gevallen blijft de vrijstelling beperkt tot niet-winstbeogende organisaties. Zodoende blijft de commerciële exploitatie van een sportaccommodatie (denk aan sportscholen) belast met 6% (vanaf 2019: 9%) btw.

Met de uitbreiding van de sportvrijstelling komt tevens het recht op aftrek van in rekening gebrachte btw voor gemeenten en sportverenigingen en -stichtingen te vervallen. Het Belastingplan 2019 voorziet echter in een ruime overgangsregeling. Bovendien komt er vanaf 2019 een subsidieregeling voor sportverenigingen en gemeenten die door de verruiming van de sportvrijstelling financieel nadeel leiden.

 

Ruime overgangsregeling

Sportorganisaties en gemeenten die op basis van de huidige regels een sportaccommodatie btw belast ter beschikking stellen en alleen door de verruiming van de sportvrijstelling per 1 januari 2019 binnen de sportvrijstelling vallen, hoeven op basis van de voorgestelde overgangsregeling de in aftrek gebrachte btw niet te herzien (lees: terug te betalen). Ook voor sportaccommodaties waarvan de bouw al vóór 1 januari 2019 is gestart maar pas na die datum worden opgeleverd en in gebruik genomen, kan de btw op de bouwtermijnen volgens het overgangsrecht toch nog volledig in aftrek worden genomen, mits de aftrek op basis van de huidige regels is toegestaan.

Sporten