|
NIEUWS en TIPS 2010!
Archief 2009
Archief 2008
Archief 2007
Archief 2006
Archief 2005
Archief 2004
Archief 2003
Accountant in Valkenswaard
Dé Accountant in Valkenswaard, Hèt Accountantskantoor in Valkenswaard
Juli 2010 KALB Magazine juni/juli 2010
KALB verspreid periodiek KALb Magazine onder haar relaties. Dit magazine kunt u voortaan ook digitaal inzien via onderstaande link.
Klik hier om het KALB Magazine juni/juli 2010 in te zien (pdf)
TERUG
April 2010 5 mei verplicht vrije dag?
In 1990 is door middel van een Koninklijk Besluit 5 mei uitgeroepen tot een nationale feestdag. Maar dat betekent niet dat 5 mei automatisch een vrije dag is!
De regering heeft bepaald dat werkgevers en werknemers hierover zelf een regeling moeten treffen. Per sector gelden andere regelingen. Voor veel personeelsleden én werkgevers is het daarom onduidelijk of 5 mei nu wel of niet een (betaalde) vrije dag is.
De CAO of de arbeidsovereenkomst regelt of 5 mei een betaalde vrije dag is. Als er in de CAO geen afspraken zijn gemaakt of als de bedrijfstak geen CAO heeft, beslist u als de werkgever zelf of er sprake is van een vrije dag. In veel CAO's is vastgelegd dat werknemers alleen vrij zijn wanneer het een lustrumjaar is, zoals 2010, 2015 en 2020. Maar ook daar kunt u als werkgever zonder CAO van afwijken.
PS: Uw KALB-adviseurs zijn normaal bereikbaar op 5 mei...
TERUG
April 2010 Geld lenen van BV belast als regulier ab-voordeel
Een directeur-grootaandeelhouder (DGA) neemt jaarlijks geldbedragen op uit zijn BV. Deze bedragen worden geboekt in rekening-courant (de DGA "leent" van de BV). In een procedure bij Rechtbank ’s-Gravenhage was in geding of de bedoelde geldopnamen als voordeel uit aanmerkelijk belang belast dienden te worden. Ook was in geschil of dit gold voor de gehele rekening-courant of alleen voor de toename van de rekening-courant in het desbetreffende jaar.
Casus
Een DGA is in 2002 enig aandeelhouder en enig bestuurder van een beheer BV. Hij heeft in 2002 en in de voorafgaande jaren geld uit de BV opgenomen. In 2002 tot een totaalbedrag van 176.945 euro. Voor deze opnamen is geen overeenkomst van geldlening en ook geen andere overeenkomst opgemaakt. Bij de BV zijn de opnamen geboekt in rekening-courant.
De stand van de rekening-courant (de lening van de BV aan de DGA) was op 31 december 2001 459.090 euro en op 31 december 2002 660.675 euro. De dga heeft over de opnamen niets vermeld in zijn achtereenvolgende aangiften inkomstenbelasting.
Standpunt inspecteur
De inspecteur heeft bij het opleggen van de aanslag inkomstenbelasting voor 2002 het standpunt ingenomen dat de BV in dat jaar definitief heeft afgezien van alle in rekening-courant geboekte bedragen en dat de eindstand van 660.675 euro geheel is uitgedeeld aan de dga en zijn echtgenote. Daarom heeft hij bij beiden 330.337 euro (de helft van 660.675 euro), als inkomen uit aanmerkelijk belang in de heffing betrokken.
Standpunt DGA
De dga heeft het standpunt ingenomen dat er bij de BV in 2002 sprake is van een onttrekking van 176.945 euro en dat deze onttrekking niet als een uitdeling van winst kan worden aangemerkt. Hij was zich er niet van bewust dat de BV hem had bevoordeeld.
De rechtbank...
Volgens de rechtbank is de dga door de onttrekkingen bevoordeeld en heeft de BV de onttrekkingen aan de dga willen doen toekomen. Daarbij neemt de rechtbank de volgende punten in aanmerking:
- De dga had als bestuurder en enig aandeelhouder van de BV de volledige zeggenschap over de BV;
- De dga was in economische zin rechtstreeks gerechtigd tot het vermogen van de BV; en
- De dga kon geheel zelfstandig besluiten bedragen aan het vermogen van de BV te onttrekken.
Verder is het voor de rechtbank aannemelijk dat de dga zich van zijn bevoordeling als aandeelhouder bewust is geweest of redelijkerwijs bewust had moeten zijn.
De BV werd door de onttrekkingen verarmd en de dga werd daardoor in privé verrijkt. Hiervoor was geen andere reden dan dat de dga de enig aandeelhouder van de BV was. Dit kan hem niet zijn ontgaan. De verklaring van dga dat hij zich van de bevoordeling niet bewust is geweest, acht de rechtbank dan ook niet geloofwaardig.
Verder beslist de rechtbank dat de onttrekkingen moeten worden aangemerkt als reguliere voordelen uit aanmerkelijk belang. Reguliere voordelen worden volgens de wet geacht te zijn genoten op het tijdstip waarop zij zijn ontvangen, verrekend, ter beschikking gesteld of rentedragend dan wel vorderbaar en inbaar zijn geworden. Dit houdt volgens de rechtbank in dat het bedrag van 176.945 euro, dat dga in 2002 heeft genoten, voor hem een in 2002 genoten regulier ab-voordeel vormt.
Omdat de inspecteur niet aannemelijk maakt dat de dga naast dit bedrag nog andere voordelen uit zijn aanmerkelijk belang in de BV heeft getrokken, vermindert de rechtbank alsnog de aanslag. Zowel bij de dga als bij zijn echtgenote bedraagt het toe te rekenen inkomen uit aanmerkelijk belang 88.472 euro (ieder de helft van 176.945 euro).
TERUG
Oktober 2009 Inloopspreekuur startende ondernemers
U denkt al enige tijd over het starten van een eigen bedrijf en wil de stap zetten om uw lang gekoesterde droom te realiseren. Maar waar moet u beginnen?
Een prima startpunt is het inloopspreekuur voor startende ondernemers van de Rabobank Valkenswaard op dinsdag 17 november van 18.30 tot 20.30 uur. De Rabobank heeft KALB Accountants & Adviseurs gevraagd medewerking te verlenen aan dit spreekuur, aan welk verzoek wij graag voldoen! Iedereen die plannen heeft om een bedrijf te starten of over te nemen, is van harte welkom op het kantoor van de Rabobank aan de Markt 36 in Valkenswaard.
U kunt gewoon binnenlopen om al uw brandende vragen te stellen aan de startersadviseurs de Rabobank en van KALB Accountants & Adviseurs, zonder afspraak en uiteraard geheel vrijblijvend. Voor iedere startende ondernemer ligt een unieke starterskit klaar met handige informatie voor het maken van een goede start en ook inspiratie en tips van andere ondernemers. Noteer de datum alvast in uw agenda en graag tot 17 november!
TERUG
September 2009 Belastingplan 2010 (Prinsjesdag)
Het kabinet heeft op Prinsjesdag de Miljoenennota en het Belastingplan 2010 gepresenteerd. Hier volgen de belangrijkste punten van het Belastingplan 2010:
Ondernemers
- Het urencriterium voor toepassing van de MKB-winstvrijstelling vervalt. Hiermee vervalt de eis dat iemand minimaal 1.225 uur per jaar moet ondernemen om van de winstvrijstelling gebruik te kunnen maken. Hierdoor wordt het volgens het kabinet aantrekkelijker om naast een baan een eigen bedrijf te beginnen.
- De MKB-winstvrijstelling gaat met 1,5% omhoog naar 12%.
- Ondernemers met een vennootschap mogen hun verliezen uit 2009 en 2010 drie jaar terug verrekenen.
- Ook in 2010 kunnen afschrijvingen naar voren worden gehaald.
- Op het gebied van octrooien en speur & ontwikkelingswerk: de belasting op winst die wordt behaald door innovatieve ondernemers wordt verlaagd naar 5% (de zogeheten innovatiebox). De plafonds in de regeling verdwijnen.
- De zogeheten kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA) wordt verruimd.
- Al eerder door het kabinet gemeld, maar nu ook onderdeel van het Belastingplan 2010, is een aantal versoepelingen voor directeuren-eigenaren, zoals een uitbreiding van de doorschuiffaciliteit in de inkomstenbelasting en een versoepeling van de gebruikelijkloonregeling.
Werkgevers-werknemers
- Er komt één loonbegrip (streefdatum van invoering is 2011) voor loonbelasting, verschillende premies en de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet. Voor werkgevers betekent dit volgens het kabinet een forse vereenvoudiging en kostenbesparing, voor werknemers wordt de loonstrook eenvoudiger.
- Het verstrekken van kostenvergoedingen door werkgevers aan werknemers wordt gemakkelijker. Er komt een vrijstelling van 1,5% van de fiscale loonsom die 29 categorieën vervangt voor vrije vergoedingen en verstrekkingen door de werkgever (zoals werkkleding, kerstpakketten en fietsen).
- Banen van werknemers onder de 23 jaar met een lager loon dan de loongrens worden per 2010 vrijgesteld van premieheffing en de bijdrage Zorgverzekeringswet. Per 2011 wordt ook de loonheffing afgeschaft.
Diverse onderdelen
- Een aantal producten en diensten gaat naar het lage btw-tarief:
- schilderen en stukadoren van huizen ouder dan twee jaar;
- schoonmaakwerkzaamheden in huis;
- educatieve moderne informatiedragers zoals cd-roms.
- De auto:
- geen leasebijtelling op elektrische auto’s in 2010 en 2011;
- motorrijtuigenbelasting voor zeer zuinige auto’s vervalt;
- korting op de BPM van zuinige auto’s stijgt naar € 700.
De Tweede Kamer zal tijdens de algemene politieke beschouwingen debatteren over de hoofdlijnen van de kabinetsvoorstellen. Waarschijnlijk debatteert de Kamer in november in diverse rondes over het Belastingplan 2010.
TERUG
Mei 2009 Belastingplan 2010: Positie DGA
Staatssecretaris De Jager van Financiën heeft recentelijk een notitie Fiscale positie directeur-grootaandeelhouder (hierna dga) uitgebracht. Daarin is hij ingegaan op een aantal fiscale knelpunten. Het gaat om de volgende knelpunten.
- Doorschuiffaciliteit bij schenking aanmerkelijkbelangaandelen
In de inkomstenbelasting komt voor het schenken van aanmerkelijkbelangaandelen (hierna: ab-aandelen) een doorschuiffaciliteit (m.b.t. de verkrijgingsprijs) voor zover de bv een materiële onderneming drijft. Dit om te voorkomen dat de belastingclaim bij overdracht een bemoeilijking vormt voor de bedrijfsopvolging. Op deze wijze ontstaat voor de inkomstenbelasting een meer gelijke fiscale behandeling tussen schenken en vererven van ab-aandelen.
De doorschuiffaciliteit bij vererven wordt dan echter ingeperkt en zal eveneens slechts gelden voor zover de bv een materiële onderneming drijft. Hierbij zal een overgangsregeling worden getroffen.
- Uitstelfaciliteit bij overdracht van ab-aandelen
De uitstelfaciliteit (in de Invorderingswet) voor de verschuldigde inkomstenbelasting bij overdracht van ab-aandelen aan een verkrijger binnen de familiekring door schenking of schuldig blijven van de overdrachtsprijs wordt op twee onderdelen gewijzigd. a. De beperking tot de familiekring komt te vervallen. b. De uitstelfaciliteit wordt beperkt tot situaties van overdracht van ab-aandelen tegen het schuldig blijven van de overdrachtsprijs.
- Verzachtingen terbeschikkingstellingsregeling
Voor de terbeschikkingstellingsregeling (hierna tbs-regeling) noemt de staatssecretaris enkele verzachtingen. Zo stelt hij voor dat het voor een periode van een jaar mogelijk wordt dat eenmalig een ter beschikking gesteld pand kan worden ingebracht in de ‘eigen’ bv zonder heffing van inkomstenbelasting (door middel van doorschuiving van de boekwaarde) en zonder de heffing van overdrachtsbelasting. Daarbij zullen als voorwaarden gelden dat de inbreng geschiedt tegen aandelen en de inbrenger minimaal 90% van de aandelen van de bv heeft en houdt.
Verder wil de staatssecretaris een tegemoetkoming voor de terbeschikkingsteller gaan bieden in de vorm van een faciliteit soortgelijk aan de mkb-winstvrijstelling. Wat betreft de ondernemingsfaciliteiten in de relatie tot de tbs-regeling stelt hij voor om de herinvesteringsreserve en de kostenegalisatiereserve ook voor de tbs-regeling te laten gelden. Ten slotte zal de faciliteit voor uitstel van betaling voor de tbs-regeling worden versoepeld door het vereiste dat de belastingschuldige over onvoldoende middelen beschikt om de belasting te voldoen, de zogenaamde vermogenstoets, te laten vervallen.
- Gebruikelijkloonregeling niet van toepassing bij gebruikelijk loon lager dan € 5000
Binnen de sfeer van de loonbelasting stelt de staatssecretaris voor dat de gebruikelijkloonregeling niet van toepassing is als het gebruikelijk loon niet hoger is dan € 5.000 per jaar.
- Uniformering van begrippen dga en aanmerkelijkbelanghouder
In de (belasting)wetten, de Pensioenwet en de wetgeving betreffende werknemersverzekeringen bestaan verschillende definities van een directeur-grootaandeelhouder en aanmerkelijkbelanghouder. Er wordt naar gekeken in hoeverre deze definities te uniformeren zijn. De staatssecretaris geeft aan dat binnen het kabinet wordt overwogen om ook bij het dga-begrip voor de werknemersverzekeringen uit te gaan van een toets aan een percentage van het geplaatste aandelenkapitaal (en niet meer de houder van ten minste de helft van de stemrechten in de algemene vergadering van aandeelhouders) Wellicht geldt dan hetzelfde criterium als voor de Pensioenwet (kort gezegd: ten minste 10% van het geplaatste aandelenkapitaal). Een gevolg van een dergelijke wijziging is dat sommige directeuren/aandeelhouders niet langer onder de werknemersverzekeringen vallen. In voorkomende gevallen kunnen dat voor dga’s ingrijpende gevolgen inhouden. Vanwege het huidige gure economische klimaat lijkt het kabinet beter om deze wijziging van het begrip dga voor de werknemersverzekeringen pas op een later moment door te voeren, bijvoorbeeld in 2011.
De staatssecretaris geeft aan dat de onder 1 tot en met 4 genoemde voorstellen zullen worden opgenomen in het Belastingplan 2010 en dat het de bedoeling is dat deze op 1 januari 2010 in werking treden.
TERUG
April 2009 Belastingdienst gaat soepeler om met belastingsachterstanden
Staatssecretaris De Jager van Financiën heeft de Belastingdienst opdracht gegeven soepeler om te gaan met bedrijven die door de economische crisis een betalingsachterstand bij de fiscus hebben.
Bedrijven die tijdelijk te maken hebben met een liquiditeitsprobleem en daardoor hun belasting niet kunnen betalen, kunnen in overleg met de Belastingdienst daarvoor uitstel krijgen. In de praktijk gaat het bijvoorbeeld om situaties waarin een ondernemer geen financiële ruimte heeft om de belasting over bijvoorbeeld het vakantiegeld of eindejaarsuitkering te betalen. Belangrijkste voorwaarden zijn dat het om een levensvatbare onderneming moet gaan, dat de onderneming belastingschuld later zal kunnen voldoen en dat er concreet kan worden aangeven voor welke periode het uitstel noodzakelijk is.
“Ondernemers zorgen voor continuïteit en zijn een constante factor in onze economie. De gezonde bedrijven krijgen meer ruimte in hun liquide middelen, zodat de ondernemer over voldoende financiële middelen beschikt om te kunnen blijven ondernemen. Het is uiteraard niet de bedoeling dat de hierdoor ontstane financiële ruimte door externe financiers wordt benut om de eigen financiële positie te verbeteren. De Belastingdienst zal daarover in overleg met de banken treden.”, aldus staatssecretaris De Jager.
TERUG
November 2008 Voordeliger schenken en erven door nieuwe wet
De belastingheffing op erven en schenken gaat flink omlaag, vrijstellingen voor partners en kinderen gaan verder omhoog en constructies om de wet te ontduiken worden aangepakt.
De ministerraad heeft daar op voorstel van staatssecretaris De Jager van Financiën mee ingestemd. Het tarief voor partners en kinderen gaat omlaag naar 10 procent en 20 procent en voor andere verkrijgers naar 30 procent en 40 procent. De vrijstelling voor partners gaat omhoog naar 600.000 euro en voor kinderen naar 19.000 euro. Voor andere verkrijgers wordt deze verhoogd naar 2.000 euro.
Door het verhogen van de vrijstellingen zullen minder mensen successiebelasting hoeven te betalen. In totaal zullen nog maar 500 partners per jaar deze belasting hoeven te betalen. Bovendien neemt door dit plan het aantal kinderen dat successiebelasting betaalt met een kwart af. De successiewet wordt tegelijkertijd eenvoudiger en inzichtelijker gemaakt door vermindering van het aantal tarieven van 28 naar 4.
Hogere vrijstelling en lagere tarieven partners en kinderen:
- De erfvrijstelling voor partners gaat omhoog naar 600.000 euro
- De erfvrijstelling voor kinderen gaat omhoog naar 19.000 euro
De tarieven voor partners en kinderen gaan omlaag naar 10 procent over de eerste 125.000 euro en 20 procent over het restant.
Hogere vrijstelling en lagere tarieven andere verkrijgers:
- De erfvrijstelling voor andere verkrijgers gaat omhoog naar 2.000 euro
- De tarieven voor de andere verkrijgers gaan omlaag naar 30 procent over de eerste 125.000 euro en 40 procent over het restant
De geplande datum van inwerkingtreding van het voorstel is 1 januari 2010.
TERUG
September 2008 KALB heeft vergunning van AFM binnen!
Op 29 september 2008 heeft de Autoriteit Financiële Markten (AFM) aan KALB Accountants & Adviseurs de vergunning verleend voor het verrichten van wettelijke controles. Voor ons een officiële bevestiging dat wij onze organisatie kwalitatief goed op orde hebben. KALB is één van de slechts 463 kantoren (van de ongeveer 3000) in Nederland aan wie deze vergunning is verleend. Het verkrijgen van de vergunning is immers zeker geen formaliteit, zoals u ook kunt lezen in onderstaand bericht uit de Financiële Telegraaf van 30 september 2008.
Honderden accountants zonder vergunning
AMSTERDAM - Enkele honderden accountants hebben grote moeite om een vergunning te krijgen van toezichthouder AFM. Van alle middelgrote en grote accountantskantoren die niet-beursgenoteerde bedrijven controleren, waarvoor wettelijke vereisten zijn, hebben 28 (nog) geen vergunning gekregen. Daarnaast zagen 202 kantoren zelf af van de aanvraag toen bleek welke eisen de Autoriteit Financiële Markten stelt.
Uiteindelijk krijgen van de 699 accountants 463 wel hun vergunning toegewezen.
De AFM maakt deze onderzoeksresultaten vanochtend bekend. Daaruit blijkt dat de wettelijke controles tot voor kort werd uitgeoefend door bureaus die niet aan wettelijke eisen voldeden. „Een belangrijk deel daarvan is uit zichzelf gestopt”, constateert AFM-directeur Steven Maijoor. Dankzij de controles in de afgelopen twee jaar is volgens Maijoor sprake van „een duidelijke kwaliteitsverbetering” in dit segment van de accountantswereld. Per vandaag sluit de vergunningsperiode, maar het toezicht is permanent.
In de praktijk stopten kleinere kantoren met wettelijke controles, om zich volledig te richten op hun fiscale of een andere specialisatie. Maijoor: „Accountants zijn zich door onze controles vaak bewuster geworden van de eisen die wettelijke controles aan een bedrijf stellen.”
Sinds 2006 geldt de Wet toezicht accountantsorganisaties, waarin ook de oude eigen gedragsregels zijn opgenomen. In april vorig jaar was Maijoor „echt geschrokken” dat „een groot deel van de accountantskantoren niet voldeed aan de eisen voor wettelijke controles van bedrijven”.
„Relatief veel kleine bedrijven – ter typering: met minder dan zes controles per jaar – komen niet in aanmerking voor een vergunning. Maar veelnieuwkomers tonen aan dat je als klein accountantskantoor goed en volgens de inderdaad zware eisen kunt functioneren”, zegt de AFM-directeur. „Al vergt dat tijd, middelen en aandacht. Dat is voor kleinere misschien lastiger.”
TERUG
September 2008 Belastingplan 2009
Dit kabinet zet in op meer zelfstandige ondernemers en meer snelle groeiers. In het Belastingplan verhoogt hij daarom de startersaftrek en de MKB winstvrijstelling. Het MKB tarief in de vennootschapsbelasting gaat voor 2008 omlaag. Over de eerste 250.000 euro winst gaat het tarief naar 20%.
In 2009 komt er meer geld voor innovatieve ondernemers. Er komt een ruimere definitie van speur- en ontwikkelingswerk waardoor innovatieve ICT projecten ook onder de regeling kunnen vallen. De maximumgrens voor lijfrenteaftrek wordt in 2009 fors verhoogd. Ondernemers en burgers kunnen daardoor meer sparen voor een aanvullend pensioen.
Staatssecretaris De Jager streeft naar een eenvoudige loonsomheffing: werkgevers hoeven geen ww-premie meer in te houden op het loon van werknemers. De eerste dagmelding van nieuwe werknemers door werkgevers wordt afgeschaft. Ook definities die in de praktijk voor onduidelijkheid zorgen - bijvoorbeeld de definitie van loon - worden eenduidiger.
Maar er zijn meer vereenvoudigingen:
- Splitsing van lijfrenten, afkoop van kleine lijfrenten, inhouding van loonbelasting op afkoopsommen en de afrekenverplichting bij emigratie voor saldolijfrenten worden eenvoudiger.
- De grens van de kwartaalaangifte BTW stijgt van €7.000 naar €15.000. Dit betekent dat ongeveer 50.000 ondernemers nog maar vier in plaats van twaalf keer per jaar aangifte hoeven te doen.
- De verklaring arbeidsrelatie (VAR) wordt bij een gelijkblijvende situatie na drie jaren automatisch verlengd.
- Ook de verpakkingenbelasting wordt fors vereenvoudigd. Het aantal tarieven daalt van zestien naar acht.
De verplichte medeondertekening voor het aanvragen van toeslagen is voor veel burgers een vervelend regeltje. Door deze formaliteit wordt een streep gezet.
De ouderschapsverlofkorting voor werkende ouders wordt hoger omdat het recht op ouderschapsverlof wordt verlengd van 13 naar 26 weken. Om gebruik te maken van ouderschapsverlofkorting is deelname aan de levensloopregeling niet langer noodzakelijk. Daarnaast zorgt staatssecretaris De Jager voor een forse verhoging van het budget voor de fiscale korting voor werkende ouders met 500 miljoen euro. Bij participatie is ook de procedure ter erkenning van verworven competenties (EVC) van belang. Deze procedure stelt vast welke competenties iemand heeft opgedaan en draagt bij aan de arbeidspotentie van de werknemer. Het voorstel is om de EVC-procedure voortaan onbelast te mogen vergoeden.
Een aantal maatregelen springen in het oog:
- afschaffen van de aanschafbelasting (BPM);
- ombouw van de BPM-grondslag van catalogusprijs naar COB2B-uitstoot;
- verlaging van het MRB-tarief voor zeer zuinige auto's;
- verlaging van het MRB-tarief voor aardgasauto's;
- fiscale vrijstelling waterstof;
Na het door staatssecretaris De Jager in 2008 geïntroduceerde leaseauto bijtellingtarief van 14%, komt er een tweede verlaagd tarief van 20%.
En tot slot de sportorganisaties. Staatssecretaris De Jager regelt in dit Belastingplan dat sportclubs geen schenkings- en successierecht meer hoeven te betalen over ontvangen schenkingen.
TERUG
Juli 2008 Zwangerschapsuitkering voor zelfstandigen
Zelfstandigen kunnen weer een zwangerschaps- en bevallingsuitkering aanvragen. De uitkering is maximaal gebaseerd op het wettelijk minimumloon.
Voor onderneemsters en meer
U kunt uiteraard een zwangerschaps-en bevallingsuitkering aanvragen als u (fiscaal) onderneemster bent. Maar ook als zelfstandig beroepsbeoefenaar, bijvoorbeeld als huisarts of aandeelhouder van de ‘eigen’ bv, kunt u er een beroep op doen. Hetzelfde geldt als u meewerkt in de onderneming van uw partner.
1225 uur werken
De uitkering bedraagt maximaal ruim € 5.000 bruto voor 16 weken. U krijgt dit maximum uitgekeerd, als u het voorgaande jaar minimaal 1225 uur in de onderneming hebt (mee-) gewerkt. Is het aantal gewerkte uren minder, dan wordt de uitkering gebaseerd op het werkelijke inkomen (maar maximaal op het wettelijk minimumloon).
Op tijd aanvragen
Dien de aanvraag voor een zwangerschaps- en bevallingsuitkering op tijd in. Het UWV in Heerlen moet minimaal 6 weken voor de vermoedelijke bevallingsdatum op de hoogte zijn. Vindt de bevalling plaats vóór 14 augustus 2008? Dan geldt een overgangsregeling en mag u de aanvraag nog indienen tot vier weken na de bevalling.
TERUG
Juli 2008 Administratieve lastenverlichting directeur-grootaandeelhouder
Onze staatssecretaris van Financiën heeft een gevarieerd pakket maatregelen aangekondigd om de administratieve lasten van directeur-grootaandeelhouders (DGA’s) eindelijk eens te verlichten. Hieronder geven wij aan wat er zoal zou kunnen veranderen in de loonbelasting, de omzetbelasting en het boetebeleid!
Loonbelasting
Met ingang van 1 januari 2010 komt er een vereenvoudigde aangifte loonbelasting voor DGA's. DGA"s kunnen dan hun maandaangiften eerder (dus tegelijkertijd meerdere maanden) indienen, indien de gegevens niet gewijzigd zijn.
Ook kan bij het verrichten van betalingen aan de belastingdienst steeds hetzelfde kenmerk worden vermeld in plaats van iedere maand een nieuw kenmerk. U kunt dan dus uw betalingen voor enkele maanden alvast 'klaarzetten' bij uw bank.
Door deze maatregelen blijven DGA’s ook in 2009 dus onder de loonbelasting vallen.
Omzetbelasting
Om kwartaanaangiften te mogen doen in plaats van maandaangiften gaat de grens van het te betalen bedrag aan BTW van 7.000 euro naar 15.000 euro. Ongeveer 45.000 ondernemers die nu per maand aangifte moeten doen, hoeven dat dan nog maar eens per kwartaal te doen. Wanneer deze maatregel precies ingaat, is nog niet duidelijk.
Boetebeleid
Hoewel dit beleid niet specifiek gericht is op de DGA, is dit voor de DGA-praktijk toch van wezenlijk belang. Hieronder bespreken we twee belangrijke categorieën voor het opleggen van boeten:
Betaalverzuim loon- en omzetbelasting
Bij verzuim (lees: te laat betalen) legt de belastingdienst nu een percentage van de niet-betaalde belasting op, met een maximum van 4.537 euro. Het exacte percentage is mede afhankelijk van eerdere verzuimen. Het voorstel is om géén boete op te leggen indien de betaling maximaal zeven dagen te laat is én er de vorige keer op tijd is betaald. De boete voor te laat betalen bedraagt twee procent van de verschuldigde belasting (tot het wettelijk maximum), ongeacht de eerdere verzuimen. Bij stelselmatig verzuim kan de belastingdienst nog wel het wettelijk maximum opleggen.
Aangifteverzuim loon- en omzetbelasting
Bij verzuim (lees: te laat aangifte doen) is de hoogte van de boete nu afhankelijk van de eerdere verzuimen. Bij aangifteverzuim wordt een coulanceperiode van zeven dagen voorgesteld. Wordt de aangifte binnen zeven dagen ingediend, dan volgt er geen boete. Na die periode volgt een vaste boete van 56 euro. In uitzonderlijke gevallen (stelselmatig verzuim) kan de belastingdienst het wettelijk maximum van 1.134 euro opleggen.
Kortom
Het bovenstaande betekent voor veel DGA’s een duidelijke versoepeling van de huidige praktijk. De staatssecretaris van Financiën streeft ernaar het nieuwe boetebeleid in 2009 te laten ingaan. In de loop van dit jaar publiceert hij een notitie over de fiscale positie van de DGA’s. Uiteraard houden wij u op de hoogte!
TERUG
December 2007 Eindejaarstips 2007
Hieronder een aantal praktische tips van onze fiscale afdeling!
Eindejaarstips 2007 (pdf).
TERUG
Septmeber 2007 Belastingplan 2008 en overige fiscale maatregelen
Uit het Belastingplan 2008 blijkt dat de regering zich vooral richt op de stimulering van de arbeidsparticipatie, verbetering van het ondernemersklimaat evenals de zogenaamde vergroening.
De belangrijkste belangwekkende maatregelen uit het Belastingplan 2008 zijn:
Verbetering ondernemersklimaat
Verlaging vennootschapsbelastingtarief
Vanaf 2008 vindt een verdere verlaging van de vennootschapsbelastingtarieven plaats. De eerste schijf wordt verlengd van 25.000 euro naar 40.000 euro (tarief 20 procent). De tweede schijf wordt verlengd van 60.000 euro naar 200.000 euro. Het tarief in deze schijf wordt voorts verlaagd van 23,5 procent naar 23 procent. Het algemene vennootschapsbelastingtarief blijft gehandhaafd op 25,5 procent.
Flexibilisering ondernemerschap
Voorgesteld wordt om het voor ondernemers fiscaal gemakkelijker te maken om vanuit de ene onderneming zonder belastingheffing, een andere onderneming te starten. De maatregel zal de vorm krijgen van een ‘fiscale doorschuifregeling’.
Afschaffen meewerkaftrek
Met ingang van 1 januari 2008 zal de meewerkaftrek worden afgeschaft.
Vrouwelijke zelfstandigen
Vrouwelijke zelfstandigen kunnen aanspraak maken op een zwangerschaps- en bevallingsvoorziening van 16 weken. De uitkering is gerelateerd aan het inkomen van het voorgaande jaar met een maximum van 100 procent van het wettelijke minimumloon. De regeling zal naar verwachting in de tweede helft van volgend jaar worden ingevoerd.
Vergroening belastingstelsel
Bijtelling in verband met privé-gebruik auto van de zaak
Voor zeer zuinige auto’s wordt de bijtelling in de inkomstenbelasting naar 14 procent van de waarde van de auto. Voorwaarde is dat de CO²-uitstoot voor een dieselauto maximaal 95 gram per kilometer is en voor een benzineauto niet hoger dan 110 gram per kilometer.
Voor andere auto’s wordt de bijtelling 25 procent. Dit tot nu toe nog 22%.
Beide maatregelen treden in werking op 1 januari 2008.
Invoering kilometerheffing
Vanaf 2011 vindt een gefaseerde invoering van de kilometerheffing plaats. De BPM en MRB worden dan naar rato verlaagd. De komende 5 jaar vindt een verlaging van de BPM met jaarlijks 5 procent plaats, de MRB wordt gelijktijdig verhoogd. Bestelauto’s voor gehandicapten zijn uitgezonderd van de verhoging.
Vliegbelasting
Met ingang van 1 juli 2008 vindt invoering van de vliegbelasting plaats. Deze belasting wordt opgelegd per vertrekkende passagier. Transferpassagiers zijn van de heffing uitgezonderd. Het tarief bedraagt 11,25 euro voor landen van de Europese Unie of afstanden tot 2500 kilometer. Voor langere afstanden is de belasting 45 euro. De belasting wordt opgelegd aan de exploitant van de luchthaven.
Verpakkingenbelasting
Per 1 januari 2008 wordt eveneens de verpakkingenbelasting ingevoerd. Doel is om het gebruik van milieuontlastende verpakkingsmaterialen te stimuleren. Daarbij maakt de regeling onderscheid tussen 7 verpakkingsmaterialen: glas, aluminium, andere metalen, kunststof, papier en karton, hout en overige materiaalsoorten. Afhankelijk van de milieudruk kent iedere materiaalsoort een eigen belastingtarief. Bedrijven die jaarlijks minder dan 15.000 kilo verpakkingsmateriaal op de markt brengen zijn vrijgesteld van belasting.
Stimulering arbeidsparticipatie
Geleidelijke afschaffing uitbetaling algemene heffingskorting
Voorgesteld is om de uitbetaling van de heffingskorting aan de niet of weinig verdienende partner in 15 jaar (6,66 procent per jaar) af te schaffen. De maatregel gaat pas in vanaf 1 januari 2009. Gezinnen met jonge kinderen (5 jaar of jonger) zijn uitgezonderd van deze maatregel. Er geldt een uitzondering voor degenen die voor 1 januari 1972 geboren zijn.
Verhoging van de arbeidskorting
Om deelname aan de arbeidsmarkt te stimuleren is voorgesteld om de arbeidskorting te verhogen. De arbeidskorting voor inkomens tot circa 40.000 euro wordt verhoogd met 32 euro per jaar. Bij een hoger inkomen wordt de arbeidskorting met 1,25 procent afgebouwd tot op het niveau van het huidige maximum van de arbeidskorting. In 2010 en 2011 vindt een verdere verhoging plaats tot respectievelijk 1.505 euro en 1.565 euro.
Versterking van de aanvullende combinatiekorting
Voorgesteld is om deze korting op te laten lopen met 3,1 procent van het inkomen boven de grens van 4.542 euro. In de komende kabinetsperiode vindt een geleidelijke verhoging van de aanvullende combinatiekorting plaats. De maximale inkomensafhankelijke aanvullende combinatiekorting bedraagt 850 euro in 2009, 985 euro in 2010 en 1.570 euro in 2011.
Overige maatregelen
Fiscale ondersteuning pensioenopbouw afgetopt
Over een salaris van meer dan 185.000 euro per jaar is het niet meer mogelijk om fiscaal gefacilieerd pensioen op te bouwen. Vóór 1 januari 2009 opgebouwde pensioenrechten over een pensioengevend loon van meer dan 185.000 euro blijven gerespecteerd.
Doorbetaaldloonregeling gecontinueerd
Voorgesteld is dat ook in 2008 de doorbetaaldloonregeling kan worden toegepast als de dga voor de werknemersverzekeringen is verzekerd bij de werkmaatschappij en niet bij de houdstervennootschap.
Aanpassing eigenwoningforfait
Het eigenwoningforfait is op dit moment gemaximeerd tot 9.150 euro. Vanaf 1 januari 2009 vervalt dit plafond. Daarnaast wordt het percentage verhoogd van 0,55 procent tot 2,35 procent voor woningen met een WOZ-waarde hoger dan 1 miljoen euro, voor het deel dat uitgaat boven de 1 miljoen euro. In het Belastingplan zijn overigens geen maatregelen opgenomen die de hypotheekrenteaftrek (verder) beperken.
Beperking en afschaffing Buitengewone Uitgavenregeling
Per 1 januari 2008 zijn de standaardpremie en de inkomensafhankelijke bijdrage van de zorgverzekering niet langer aftrekbaar. Daarnaast vindt een verlaging van de drempel plaats van 11,5 procent naar 1,65 procent.
Aanpassing BTW-vrijstelling medische diensten
Vanaf volgend jaar geldt uitsluitend een vrijstelling van BTW voor medische diensten als het doel van de dienst de bescherming van de gezondheid is en als de dienst wordt verricht door iemand die hiervoor een gerichte opleiding heeft gevolgd. Handelingen op het gebied van alternatieve geneeswijzen zijn dus niet meer vrijgesteld. De psycholoog is voortaan alleen vrijgesteld voor de diensten die hij verricht in het kader van de bescherming van de gezondheid. (als zogenoemde ‘gezondheidspsycholoog).
Bestrijding constructies onroerende zaaklichamen
Over de verkrijging van aandelen in onroerende zaakvennootschappen is onder bepaalde voorwaarden ook overdrachtsbelasting verschuldigd. In de praktijk bleek het mogelijk te zijn om met bepaalde constructies de belasting te ontlopen. Er worden maatregelen voorgesteld om (enkele van) deze constructies te bestrijden.
Accijns op drank en tabak omhoog
Om het gebruik van drank en tabak te ontmoedigen is een verdere verhoging van de drank- en tabaksaccijns voorgesteld. De accijns op een pakje sigaretten (20 stuks) wordt met 21 cent verhoogd en voor een pakje shag (50 gram) met 26 cent. De accijns op een pijpje pils van 0,3 liter wordt met circa 2,3 cent verhoogd.
TERUG
Juli 2007 Vereenvoudigde Arbeidstijdenwet biedt meer flexibiliteit
Op 1 april is de vereenvoudigde Arbeidstijdenwet in werking getreden. Voor veel werkgevers zal deze wet meer mogelijkheden bieden voor bijvoorbeeld het opvangen van piekbelasting en het opstellen van roosters. Voor de goede orde laten geven wij hieronder globaal de veranderingen aan:
Maximum werktijd
De nieuwe wet kent nog maar vier regels over maximum werktijd (tegenover 12 voorheen):
- Maximaal 12 uur per dienst
- Maximaal 60 uur per week
- In een periode van 4 weken mag een werknemer gemiddeld 55 uur per week werken
- En per 16 weken gemiddeld 48 uur
Nachtdienst
Een nachtdienst duurt maximaal 10 uur. Als een werknemer regelmatig nachtdiensten draait, mag de werkweek gemiddeld, over een periode van 16 weken, niet meer bedragen dan 40 uur. Per 16 weken mag een werknemer maximaal 36 nachtdiensten draaien (117 per jaar). In de cao of na overeenstemming met OR of personeelsvertegenwoordiging mag dit aantal verhoogd worden naar maximaal 140 per jaar. Na een of meer nachtdiensten geldt een langere rusttijd (de exacte duur is afhankelijk van het tijdstip waarop de dienst eindigt).
Pauzes
Wie langer dan 5,5 uur werkt, heeft recht op minimaal 30 minuten pauze. Die mag gesplitst worden in twee keer 15 minuten. Wie langer werkt dan 10 uur, heeft recht op 45 minuten pauze. Ook die mag opgedeeld worden in pauzes van minimaal 15 minuten.
Arbeidstijd na 1 april (maximaal):
- Per dienst 12 uur
- Per week 60 uur
- Per week per 16 weken 48 uur (en per 4 weken 55 uur)
Nachtarbeid
- Per dienst 10 uur (en max. 5 keer per 2 weken en 22 keer per jaar 12 uur)
- Max. aantal nachtdiensten 36 per 16 weken
Pauzes
- Langer dan 5,5 uur arbeid = 30 minuten (eventueel als 2 keer 15 minuten)
- Langer dan 10 uur arbeid = 45 minuten (eventueel als 3 keer 15 minuten)
Let wel, als er een CAO van toepassing is dan is de CAO op dit punt leidend tot maximaal 1 jaar na 1 april 2007. Na afloop van de looptijd van de CAO zullen de wijzigingen opgenomen worden in de CAO. Als de arbeidstijden zijn vastgelegd in de arbeidsovereenkomst dan kun je die alleen met toestemming van de werknemer wijzigen. Leg deze wijziging en akkoord werknemer wel vast in het personeelsdossier.
TERUG
April 2007 De nieuwe Pensioenwet en de gevolgen voor de DGA
Op 1 januari 2007 is de Pensioenwet (PW) ingegaan. Deze wet leidt ertoe dat alle pensioenregelingen zullen moeten worden aangepast. De PW leidt ertoe dat alle pensioenregelingen moeten worden aangepast. Ook de DGA die al op 31 december 2006 een pensioenregeling had, zal in 2007 een keuze moeten maken inzake zijn pensioenregeling.
Directeur-grootaandeelhouder
De DGA valt niet onder de PW.
Een DGA kan omschreven worden als:
- de persoonlijk houder van minimaal 10% van de aandelen van de vennootschap van de werkgever; of,
- de indirect persoonlijk houder van minimaal 10% van de aandelen van de vennootschap van de werkgever (bijvoorbeeld via een holding vennootschap); of
- de houder van certificaten die minimaal 10% van de aandelen van de vennootschap vertegenwoordigen, uitgegeven door tussenkomst van een administratiekantoor waarvan hij voor ten minste een tiende deel in het bestuur vertegenwoordigd is.
Onder de oude Pensioen en Spaarfondsen Wet (PSW) was een DGA niet verplicht om zijn pensioenregeling zeker te stellen buiten de eigen onderneming. Een DGA kon zijn pensioenverplichting in eigen beheer houden. Het grote voordeel hiervan is dat er wel een pensioenregeling is, maar dat de liquiditeiten binnen de eigen onderneming blijven. Het nadeel is dat het pensioen in de risicosfeer blijft. Ook onder de PW kan een DGA nog steeds eigen beheer voeren.
Nieuwe pensioenregelingen
Voor alle pensioenregelingen die voor een DGA vanaf 1 januari 2007 worden gesloten, is de PW niet van toepassing. Het blijft nog wel gewoon mogelijk een pensioenregeling overeen te komen met de ‘eigen’ (werkgever-)BV. De fiscale regels worden namelijk nauwelijks aangepast.
Bestaande pensioenregelingen
Veel DGA’s hadden echter al op 31 december 2006 een pensioenregeling. Op deze regelingen was de PSW van toepassing. In 2007 blijft de PSW ook van toepassing. In dit overgangsjaar heeft de DGA de keuze of hij wel dan niet de PW van toepassing wil verklaren op zijn pensioenregeling. Om deze keuze te kunnen maken, moet worden bekeken wat de voor- en nadelen zijn van de PW.

TERUG
Februari 2007 Controle Belastingdienst geen privé-gebruik auto van de zaak
Van het Ministerie van Financiën ontvingen wij het volgende bericht.
Wij wijzen erop dat:
- enig privé-gebruik toegestaan is (mits op jaarbasis minder dan 500 kilometer);
- onterecht gebruik van een verklaring geen privé-gebruik leidt tot een naheffing bij de werknemer;
- een afgegeven verklaring geen privé-gebruik kan worden ingetrokken, in dat geval ontvangt de werkgever van de intrekking een afschrift. Vanaf dat moment dient de werkgever over de ter beschikking gestelde auto loonheffing in te houden.
De Belastingdienst houdt vanaf medio februari door het hele land mobiele controleacties op onterecht privé-gebruik van auto's van de zaak. Doelgroep van de actie zijn werknemers die bij de Belastingdienst aangegeven hebben dat zij minder dan 500 kilometer per jaar privé-gebruik maken van een auto van de zaak, maar deze grens - ondanks een schriftelijke verklaring - toch overschrijden.
De aanleiding om deze landelijke controles te starten, is een steekproef waaruit blijkt dat er voor deze auto's nog te vaak onterecht geen belasting wordt afgedragen. De controles worden het gehele jaar gehouden bij drukbezochte locaties zoals festivals, bouwmarkten, woningboulevards en grensovergangen in de vakantieperiodes.
Wanneer een werknemer een verklaring 'geen privé-gebruik auto van de zaak' bij de Belastingdienst heeft ingediend, hoeft de werkgever niet de waarde van de auto (22 % van de catalogusprijs) bij het loon op te tellen en hier belasting over in te houden en af te dragen.
De controles worden uitgevoerd met 'slimme' camera-auto's die zijn uitgerust met een computersysteem dat automatisch nummerplaten scant en herkent. Dit systeem kan - al rijdende - 8 kentekens per seconde registreren. Hierdoor is het niet nodig om tijdens deze controles auto's aan de kant te zetten. Nadat de foto van het kenteken door de computer is geregistreerd, worden de kentekengegevens vergeleken met de verklaringen van 'geen privé-gebruik auto van de zaak' die bij de Belastingdienst in de computer staan. Wie ondanks zo'n verklaring toch voor privé-doeleinden gebruik maakt van een auto van de zaak kan een blauwe envelop verwachten.
TERUG
Januari 2007 Belangrijkste maatregelen per 1 januari 2007 op het terrein van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Koopkracht
In totaal is er in 2007 500 miljoen euro beschikbaar voor verbetering van de koopkracht van burgers. Wat mensen daar precies van merken, hangt af van hun individuele situatie. Over de gehele linie gaan huishoudens er tussen de ¾ en 1 ½ procent in koopkracht op vooruit. Extra aandacht gaat uit naar gezinnen met kinderen. Zo stijgt de kinderbijslag met gemiddeld 35 euro per kind per jaar. Ouders profiteren ook van een lagere ouderbijdrage voor de kinderopvang. De koopkracht van ouderen wordt ondersteund door AOW'ers een extra tegemoetkoming te geven van 48 euro per jaar. Dat geldt ook voor mensen met een uitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (Anw).
Loonstrookjes
Het loonstrookje ziet er over het algemeen gunstig uit. Het bedrag onder aan de streep neemt gemiddeld toe met 20 tot 40 euro (zonder loonstijging), als gevolg van een aantal maatregelen. Zo daalt het belastingtarief voor de eerste schijf met 0,5 procent en de tweede met 0,05 procent. Ook de verlaging van de werknemerspremie voor de werkloosheidsverzekering met 1,35 procent naar 3,85 procent kan een gunstig effect hebben op het salaris. Voor een modaal gezin levert dit een voordeel op van 200 euro per jaar. De algemene heffingskorting wordt verhoogd met 21 euro. De arbeidskorting gaat met 20 euro omhoog en ook de aanvullende combinatiekorting stijgt met 80 euro.
Verder zal in veel sectoren voor 2007 een contractloonstijging worden afgesproken en worden in sommige sectoren de pensioenpremies verlaagd. Het loonstrookje kan hierdoor (in de loop van 2007) gunstiger uitvallen.
Het loonstrookje kan tegenvallen voor werknemers die tot nu toe de werkgeversbijdrage voor de kinderopvang als post op hun loonstrookje zagen staan. Deze post vervalt omdat werknemers de werkgeversbijdrage rechtstreeks via de Belastingdienst/Toeslagen ontvangen. Deze verandering tast dus niet de koopkracht van werknemers aan.
Bijstand, WW en WIA
Burgers die een beroep doen op een bijstands- of werkloosheidsuitkering hoeven vanaf 2007 hun gegevens maar één keer aan te leveren. Dat is in de wet geregeld. Per klant komt er één elektronisch dossier dat de instanties die betrokken zijn bij het verstrekken van uitkeringen (CWI, UWV en gemeenten) kunnen raadplegen. Dat levert bijvoorbeeld iemand die voor het eerst een aanvraag indient, ongeveer twee uur tijdwinst op.
Het UWV krijgt in 2007 14,3 miljoen euro extra voor re-integratiecoaches WW. Deze coaches kunnen mensen met een WW-uitkering persoonlijk begeleiden naar een nieuwe baan. De ervaringen met de re-integratiecoaches zijn positief en de klanten zijn tevreden. Met de 14,3 miljoen euro extra wordt bijgedragen aan de bekostiging van in totaal 625 re-integratiecoaches WW die 75.000 mensen intensief kunnen begeleiden.
Mensen die bij de gemeente bijstand aanvragen, krijgen recht op een voorschot van minimaal 90 procent van de bijstandsuitkering. Het voorschot moet binnen vier weken na de aanvraag worden uitbetaald en wordt iedere vier weken herhaald totdat de uitkering ingaat. Het voorschot voorkomt dat mensen die bijstand hebben aangevraagd in de problemen raken doordat ze een periode zonder inkomsten zitten.
Mensen die volgens de nieuwe Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) volledig en duurzaam arbeidsongeschikt zijn, krijgen vanaf 1 januari 2007 een hogere uitkering. De uitkering gaat van 70 naar 75 procent van het laatst verdiende loon. Degenen die al in 2006 al een uitkering hadden krijgen de verhoging met terugwerkende kracht.
Gedeeltelijk arbeidsgeschikten die een eigen bedrijf willen beginnen, krijgen een extra fiscale stimulans. Zij krijgen een aftrekpost van 12.000 euro in het eerste jaar, 8.000 euro in het tweede jaar en 4.000 euro in het derde jaar. Voorwaarde is dat zij minstens 800 uur per jaar werken; dat is minder dan de standaardeis van 1225 uur.
Dienstverlening aan huis
Door de nieuwe 'regeling dienstverlening aan huis' worden particulieren die maximaal drie dagen in de week een hulp in en rondom het huis nemen vrijgesteld van het afdragen van premies en loonbelasting.
Kinderopvang
Door 125 miljoen euro extra uit te trekken voor kinderopvang wil het kabinet de kinderopvang beter betaalbaar maken. De extra investering leidt tot een flinke kostenbesparing bij tachtig procent van de gezinnen die gebruikmaken van de kinderopvang. Vooral de midden- en hogere inkomens gaan erop vooruit. De inkomensgrens waarop de overheid bijdraagt in de kosten voor het eerste kind, wordt verhoogd van 96.000 naar 130.000 euro. Werkgevers worden verplicht bij te dragen in de kosten van kinderopvang. Die bijdrage wordt geïnd via een verhoging van het werkgeversdeel van de WW-premie. Voor ouders betekent dit dat het in 2007 allemaal een stuk simpeler wordt: ze hebben voor de bijdrage in de kosten van kinderopvang alleen nog maar te maken met de Belastingdienst.
Door deze maatregelen kan het netto voordeel voor huishoudens die 90.000 euro verdienen en één of twee kinderen twee dagen op de opvang hebben, oplopen tot bijna 900 euro per jaar (bij een belastbaar gezinsinkomen van 90.000 euro). Als twee kinderen drie dagen naar de opvang gaan, is het verschil (bij een belastbaar inkomen van 90.000 euro) 1300 euro per jaar. Ouders met een laag inkomen (130 procent van het minimumloon) betalen in 2007 voor het eerste kind in de opvang 0,33 eurocent per uur, bij een gemiddelde uurprijs van 5,45 euro. Van de totale kosten van kinderopvang in Nederland in 2007 (circa 2 miljard euro) dragen de ouders gemiddeld 20% van de kosten. Dit varieert bij het eerste kind van 3,5 % voor de ouders met de laagste inkomens tot 66 % voor de ouders met de hoogste inkomens Verder lopen er in 2007 verschillende projecten om de kwaliteit van de kinderopvang te verbeteren. Daarnaast krijgen de basisscholen aan het begin van het schooljaar 2007-2008 de wettelijke taak om de aansluiting met de kinderopvang te regelen.
Levensloopregeling
In 2007 krijgen deelnemers aan de levensloopregeling een hogere korting op de inkomstenbelasting als zij hun verlof opnemen. Dit bedrag was per deelgenomen jaar 185 euro en wordt 188 euro. Ouders die gebruikmaken van de levensloopregeling en onbetaald ouderschapsverlof opnemen, krijgen in 2007 ook een hoger fiscaal voordeel. Dit was in 2006 636 euro per maand bij voltijd ouderschapsverlof en dat wordt in 2007 650 euro. De fiscale tegemoetkoming bij ouderschapsverlof kent een maximum van drie maanden per kind. Beide ouders kunnen hier gebruik van maken.
Arbeidsomstandigheden en arbeidstijden
Met het in werking treden van de nieuwe Arbowet schrijft de overheid niet meer tot in detail voor op welke manier ondernemingen hun werknemers veilig en gezond moeten laten werken. De overheid regelt wèl wat het minimale beschermingsniveau moet zijn, maar hoe werkgevers en werknemers dat bereiken mogen zij samen bepalen. Vakbonden en werkgeversorganisaties leggen de afspraken die zij in de verschillende sectoren maken, vast in zogenoemde arbocatalogi. Daarin kunnen bedrijven vervolgens opzoeken op welke manieren en met welke middelen zij hun werknemers voldoende kunnen beschermen. Doordat de nieuwe Arbowet veel minder regels voorschrijft, besparen werkgevers in totaal 99 miljoen euro.
Met de nieuwe Arbeidstijdenwet die ingaat vanaf 1 april 2007 krijgen werkgevers en werknemers meer ruimte om samen afspraken te maken over werktijden. Er gaan minder regels gelden voor het maximaal aantal uren dat iemand mag werken en voor nachtarbeid. Aparte regels worden afgeschaft en pauzes worden een zaak van de werkgever en de werknemer.
Pensioenen
Werknemers en gepensioneerden krijgen meer zekerheid dat hun pensioenfonds solide genoeg is om de pensioenen uit te betalen. Hiervoor worden strengere eisen gesteld aan het eigen vermogen van de pensioenfondsen. Het toezicht op de pensioenfondsen wordt volgend jaar versterkt, onder meer door een nieuw financieel toetsingskader. De nieuwe Pensioenwet verplicht de pensioenfondsen vanaf 2007 meer en duidelijkere informatie te geven aan werknemers en gepensioneerden. Ook de medezeggenschap van deelnemers aan pensioenregelingen is wettelijk geregeld.
Leren & werken
Het kabinet stelt in 2007 115 miljoen euro beschikbaar voor projecten die leren en werken combineren. Met dat geld kan onder andere de samenwerking tussen scholen, gemeenten, kenniscentra, werkgevers en werknemers op regionaal niveau worden verbeterd. Zo komen er onder andere extra leer-werktrajecten voor volwassenen met te weinig opleiding en worden leer-werktrajecten voor jongeren opgezet en komt er een fonds dat de samenwerking tussen het beroepsonderwijs en bedrijfsleven gaat stimuleren.
Werknemers die een procedure volgen waarbij zij hun elders verworven competenties (EVC) omzetten in een diploma, komen onder voorwaarden in aanmerking voor een belastingvoordeel. Werkgevers die een dergelijke EVC-procedure voor hun werknemers betalen, krijgen een belastingvoordeel van 300 euro.
TERUG
December 2006 Belastingcijfers per 1 januari 2007 voor werkgevers en werknemers
Het Ministerie van Financiën heeft op 15 december 2006 de nieuwe belastingcijfers voor het jaar 2007 bekendgemaakt. Voor zover de nieuwe belastingcijfers niet zijn bepaald door recente wetswijzigingen zoals onder meer het jaarlijkse Belastingplan en de Wet werken aan winst zijn deze aangepast met een inflatiecorrectie van 1,6%. Dit bericht gaat alleen in op de wijzigingen in de belastingen die werkgevers en werknemers raken en betreft de loonbelasting en de afdrachtvermindering loonbelasting en premie volksverzekeringen.
I Loonbelasting 2007
Spaarloonregeling
Een werknemer mag maar bij één werkgever deelnemen aan de spaarloonregeling en kan maximaal € 613 (idem 2006) geblokkeerd sparen op grond van deze regeling. Voor sparen via de spaarloonregeling moet aan de volgende twee voorwaarden worden voldaan:
- de werknemer is sinds 1 januari 2007 bij die werkgever in dienst; en
- die werkgever past ten aanzien van die werknemer sinds 1 januari 2007 de algemene heffingskorting toe.
Als een werknemer na de eerste dag van het kalenderjaar bij een werkgever in dienst treedt, kan hij dus niet van de spaarloonregeling van die werkgever gebruikmaken. Het tarief voor eindheffing over spaarloon is 25%. Geblokkeerde spaartegoeden uit een spaarloonregeling zijn in 2007 in de inkomstenbelasting vrijgesteld in box 3 tot maximaal € 17.025 (idem 2006).
Levensloopregeling
Op 1 januari 2006 is de levensloopregeling ingevoerd. Met de levensloopregeling kunnen werknemers sparen om in de toekomst een periode van onbetaald verlof te financieren. Men kan maximaal 12% van het loon sparen. De levensloopregeling kan men gebruiken voor elke vorm van verlof, zoals zorgverlof, sabbatical, ouderschapsverlof en educatief verlof. Het spaarsaldo mag ook worden gebruikt om eerder met pensioen te gaan. De huidige verlofspaarregeling mag worden omgezet in de levensloopregeling.
Er kan jaarlijks maximaal 12% van het loon gespaard worden. Inleg is uitsluitend toegestaan indien het spaarsaldo dan wel de waarde van de verzekering aan het begin van het jaar niet hoger is dan het bedrag dat nodig is voor een periode van extra (volledig doorbetaald) verlof van 2,1 jaar (absoluut maximum). Is men op 31 december 2005, 51 jaar of ouder, maar nog geen 56 jaar, dan geldt er een speciale regeling. Deze werknemers mogen dan meer sparen dan 12% van het brutoloon. De werknemer kan jaarlijks kiezen aan welke regeling hij wil deelnemen: spaarloon of levensloop. In hetzelfde jaar in beide regelingen geld inleggen is niet mogelijk.
Pensioenregelingen
Alle pensioenregelingen moeten vanaf 1 januari 2006 voldoen aan de criteria van de Wet aanpassing fiscale behandeling VUT/prepensioen en introductie levensloopregeling (Wet VPL). Uitgangspunt is dat een werknemer pas op 65-jarige leeftijd met pensioen gaat. De werknemer mag wel eerder met pensioen gaan, maar zijn pensioen moet dan actuarieel worden herrekend. Dit betekent lagere pensioenuitkeringen. Voor werknemers die op 31 december 2004 55 jaar of ouder zijn, blijven bepaalde VUT- en prepensioenregelingen mogelijk.
Auto van de zaak
De bijtelling voor privé-gebruik auto is de waarde van het privé-gebruik van een ter beschikking gestelde personen- of bestelauto, verminderd met de eigen bijdrage van de werknemer voor het privé-gebruik. De bijtelling voor het privé-gebruik bedraagt 22% van de catalogusprijs van de auto, inclusief de BPM (belasting voor personenauto's en motorrijwielen) en omzetbelasting. Als een werknemer minder dan 500 kilometer per kalenderjaar privé rijdt en dit kan bewijzen, blijft de bijtelling achterwege. Een bewijs kan worden geleverd via een specifieke verklaring. De Belastingdienst heeft deze beschikbaar. U kunt het aanvraagformulier voor de verklaring downloaden via www.belastingdienst.nl. Voor bestelauto's is het volgende nog van belang:
- Als een werknemer de bestelauto niet kan gebruiken bu it en werktijd, bijvoorbeeld omdat de bestelauto 'achter het hek
moet blijven', hoeft geen bijtelling plaats te vinden. Dit geldt ook indien een werkgever privé-gebruik verbiedt en dit
schriftelijk aan de werknemer kenbaar maakt. De werkgever moet dan wel controle op de naleving van het verbod
uitoefenen en een passende sanctie opleggen als een werknemer het verbod overtreedt.
- Voor de situatie dat twee of meer werknemers vanwege de aard van het werk bestelauto's doorlopend afwisselend
gebruiken, bestaat een praktische regeling voor de bijtelling van het privé-gebruik. Het privé-gebruik wordt in ieder geval bij
de werkgever als een eindheffing belast. Deze eindheffing bedraagt € 300 (idem jaar 2006) per bestelauto op jaarbasis. Het
criterium 'doorlopend afwisselen' is overigens vrij strikt. Van doorlopend afwisselen is namelijk geen sprake ingeval een
bestelauto bijvoorbeeld op kwartaalbasis rouleert tussen verschillende werknemers.
Reiskosten
De maximale belastingvrije vergoeding van zakelijke kilometers wordt € 0,19 per kilometer (idem 2006)) ongeacht het vervoermiddel. Woon-werkverkeer geldt hierbij als zakelijk verkeer. Als een werknemer met het openbaar vervoer reist, kan de werkgever kiezen uit twee mogelijkheden: hij kan óf maximaal € 0,19 per kilometer óf de werkelijke reiskosten belastingvrij vergoeden. De werkgever moet de vergoede plaatsbewijzen bewaren.
Telefoon en internet
Met ingang van 1 januari 2007 zijn de vergoedingen en verstrekkingen van telefoon en internet onbelast als de werknemer de internet- of telefoonaansluiting voor meer dan 10% zakelijk gebruikt. Dit geldt ook voor een tweede telefoonaansluiting.
Zakelijke maaltijden
Met ingang van 1 januari 2007 vervalt de zogenoemde 80-maaltijdenregeling. Alle 'meer dan bijkomstig zakelijke' (meer dan 10%) maaltijden kunnen onbelast worden vergoed of verstrekt.
Maaltijden in bedrijfskantines
Voor een maaltijd in een bedrijfskantine gelden met ingang van 2007 de volgende normbedragen:
- Warme maaltijd: € 3,80 (idem 2006);
- Koffiemaaltijd/Lunch: € 2 (idem 2006);
- Ontbijt : € 2 (idem 2006).
Consumpties tijdens werktijd
De vrijgestelde vergoeding voor consumpties tijdens werktijd (maaltijden vallen hier niet onder) bedraagt maximaal € 2,75 (idem 2006) per week of € 0,55 (idem 2006) per dag.
Personeelsleningen
In 2007 kan een werkgever aan een werknemer onbelast een laagrentende personeelslening verstrekken als de werknemer ten minste 4,7% (3,5% 2006) rente betaalt over het geleende bedrag.
Geschenkenregeling
Met ingang van 1 januari 2007 mag de werkgever 20% eindheffing toepassen over geschenken in natura aan een werknemer, voor zover de waarde in het economische verkeer niet meer is dan € 70 per kalenderjaar. In 2006 was het maximum nog € 35 (voor één geschenk per jaar), met een eindheffing van 15%.
II Afdrachtverminderingen loonbelasting en premie volksverzekeringen 2007
Een afdrachtvermindering houdt in dat een werkgever onder voorwaarden minder loonbelasting en premie volksverzekeringen hoeft af te dragen. De vermindering kan echter niet leiden tot een teruggaaf.
Afdrachtvermindering onderwijs
De afdrachtvermindering onderwijs blijft in 2007 ongewijzigd € 2.500. Het toetsloon voor 2007 is € 21.422 (€ 20.882 jaar 2006). Er bestaat ook recht op deze afdrachtvermindering wanneer een voormalig werkloze werknemer in dienst is die aangewezen scholing volgt, die er op is gericht de werknemer tot het zogenoemde startkwalificatieniveau te brengen. Deze afdrachtvermindering is met terugwerkende kracht tot 1 januari 2006 verhoogd van € 1.500 naar € 3.000.
De afdrachtvermindering onderwijs voor stageplaatsen mag ook toegepast worden voor stagiairs van een beroepsopleiding in de beroepsopleidende leerweg op mbo-niveau 1 of 2. Deze afdrachtvermindering bedraagt € 1.200 en het loon hoeft niet getoetst te worden aan het toetsloon.
Verder bestaat vanaf 1 januari 2007 een afdrachtvermindering van € 300 voor de (belaste) kostenvergoeding van een procedure Erkenning verworven competenties (EVC). Met een procedure EVC kan een werknemer laten vaststellen welke competenties hij door werkervaring al heeft en welke aanvullende opleidingen hij eventueel nodig heeft.
Afdrachtvermindering speur- en ontwikkelingswerk.
De afdrachtvermindering speur- en ontwikkelingswerk (S&O) voor 2007 bedraagt 42% x (het verwachte aantal S&O-uren vermenigvuldigd met het gemiddeld uurloon, maar maximaal € 110.000 (idem 2006)). Over het bedrag boven € 110.000 geldt een afdrachtvermindering van 14%. Voor starters (ondernemers die in de laatste vijf jaar een of meer kalenderjaren geen inhoudingsplichtige waren en aan wie in die periode voor niet meer dan twee kalenderjaren een S&O-verklaring is afgegeven) geldt een hoger percentage voor afdrachtvermindering. De S&O-afdrachtvermindering bedraagt per inhoudingsplichtige maximaal € 8.000.000 (idem 2006).
III Algemeen
Verruiming termijn indienen T-biljet
De termijn voor het indienen van een verzoek om teruggaaf (T-biljet) is in september 2006 wettelijk verruimd van drie jaren naar vijf jaren. Hiervoor geldt de algemene teruggaafgrens van € 13. De grens van € 454 die als voorwaarde gold bij T-biljetten die ná drie jaren maar binnen vijf jaren na afloop van het belastingjaar werden ingediend, is daarmee vervallen. Deze wijziging werkt terug tot en met het belastingjaar 2001.
September 2006 Prinsjesdag 2007
Prinsjesdag is traditiegetrouw de dag waarop de regering een veel fiscale voorstellen het daglicht laat zien. Als ondernemer lijkt u dit jaar redelijk gespaard te worden. Over u wordt namelijk niet veel gesproken deze Prinsjesdag. Eindelijk fiscale rust voor u? Schijn bedriegt: met het wetsvoorstel ‘Werken aan Winst’ heeft u namelijk al uw eigen Prinsjesdag gehad. Bovendien blijven er ook voor ondernemers nog steeds voldoende maatregelen in het Belastingplan over waar zij mee te maken kunnen krijgen. Wij hebben daarom voor u alvast een selectie gemaakt van de meest belangwekkende maatregelen uit het Belastingplan 2007.
Tariefsmaatregelen
Verlaging inkomstenbelastingtarieven box 1
Voorgesteld is om de inkomstenbelastingtarieven in de eerste en tweede schijf enigszins te verlagen. Het gecombineerde tarief inkomstenbelasting en premies volksverzekeringen zal 33,65 procent bedragen in de eerste schijf (thans 34,155 procent) en 41,40 procent (thans 41,45 procent) in de tweede schijf (voor belastingplichtigen die jonger zijn dan 65 jaar).
Verlaging aanmerkelijkbelangtarief box 2
Het tarief van box 2 wordt tijdelijk verlaagd naar 22 procent (thans 25 procent). Deze maatregel is bedoeld als compensatie voor de directeur-grootaandeelhouder (dga). Een dga is over het salaris van zijn vennootschap namelijk meer premies Zorgverzekeringswet verschuldigd dan een ondernemer over zijn winst. Het verlaagde tarief is overigens wel beperkt tot een inkomen uit aanmerkelijk belang van 250.000 euro.
Tip: Wilt u uw vennootschap een dividend laten uitkeren, doe dit dan in 2007.
Verhoging heffingskortingen
Een aantal heffingskortingen worden verhoogd. ZO stijgt de algemene heffingskorting met ruim 50 euro.
Personeel en arbeid
Maatregelen voor stages en scholing van werkenden
Goed opgeleid personeel is een noodzakelijke voorwaarde voor een gezonde economie. In dat kader is voorgesteld werkgevers te stimuleren om stageplaatsen beschikbaar te stellen en aan scholing van personeel te doen. Deze stimulans is gegoten in de vorm van een verhoging van het bedrag van de startkwalificatie van de afdrachtvermindering onderwijs van 1.500 euro naar 3.000 euro. Daarnaast komt binnen de afdrachtvermindering onderwijs een nieuw onderdeel voor stages binnen de beroepsopleidende leerweg op MBO 1- of 2-niveau. Deze afdrachtvermindering bedraagt 1.200 euro per volledig stagejaar en geldt uitsluitend bij stages van minimaal twee maanden. Deze maatregelen krijgen overigens al effect in 2006.
Werkgeversbijdrage in de kosten van kinderopvang
Veel werknemers ontvangen van hun werkgever geen bijdrage in de kosten van de kinderopvang. De regering vindt deze situatie onwenselijk. Voorgesteld is daarom om werkgevers verplicht een bijdrage te laten leveren aan de kosten van kinderopvang. Dit zal plaatsvinden in de vorm van een heffing bij de werkgever. Deze heffing zal overigens gelden voor iedere werkgever. Het maakt daarbij dus niet uit of hij werknemers in dienst heeft die gebruik maken van de kinderopvang. De Belastingdienst zal als uitvoerder belast zijn met de verstrekking van de kinderopvangtoeslagen.
Regeling dienstverlening aan huis
Besteedt u klussen in en rondom het huis uit (zoals schoonmaken, tuinonderhoud, de hond uitlaten, op kinderen passen), dan kan degene die deze werkzaamheden verricht in een dienstbetrekking tot u komen te staan. In dat geval moet u in principe aan allerlei loonbelastingverplichtingen voldoen. Met de voorgestelde regeling dienstverlening aan huis wil de regering voorkomen dat u al te snel met deze fiscale rompslomp te maken krijgt en daarmee de vraag naar persoonlijke dienstverlening stimuleren. Als u namelijk als particulier voor maximaal drie dagen in de week persoonlijke diensten laat verrichten, hoeft u geen loonbelasting of premies werknemersverzekeringen in te houden of te betalen. Deze regeling vervangt de witte werksterregeling.
Ondernemen
Startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid
De regering wijst erop dat het belangrijk is de arbeidsparticipatie van gedeeltelijk arbeidsongeschikten te bevorderen. Ook arbeidsongeschikten die een onderneming willen beginnen moeten dus niet tegen fiscale belemmeringen aanlopen. Momenteel is dat wel het geval. Door hun handicap kunnen veel arbeidsongeschikten namelijk niet voldoen aan het urencriterium van 1225 uur dat geldt voor de starters- en zelfstandigenaftrek. Deze arbeidsongeschikten grijpen dus naast deze fiscale ondernemersfaciliteiten. Om aan dit bezwaar tegemoet te komen is de startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid voorgesteld. Arbeidsongeschikten met een arbeidsongeschiktheidsuitkering die een onderneming starten, kunnen in de startfase van de onderneming een beroep doen op deze regeling als zij minimaal 800 uur werkzaam zijn als ondernemer. De aftrekpost bedraagt 12.000 euro, 8.000 euro en 4.000 euro voor het eerste, tweede, respectievelijk derde jaar en kan niet hoger zijn dan de genoten winst.
Omzetbelasting
BTW-aftrek op investeringsgoederen in gemengd gebruik
Het Europese Hof heeft in de zogenaamde Charles en Charles-Tijmes zaak geoordeeld dat de Wet op de omzetbelasting op het punt van de aftrek van voorbelasting bij investeringsgoederen die gedeeltelijk voor bedrijfsdoeleinden en gedeeltelijk voor andere doeleinden worden gebruikt, in strijd is met de Europese BTW voorschriften. Op dit moment kan de ondernemer slechts naar rato aftrek van voorbelasting krijgen (enkel voor bedrijfsdoeleinden), terwijl het Hof oordeelde dat dit een volledige aftrek van voorbelasting zou moeten zijn als de ondernemer het investeringsgoed aanmerkt als ondernemingsvermogen. En daar zou dan vervolgens tegenover moeten staan dat steeds BTW wordt voldaan van het latere privé-gebruik door de ondernemer. Deze laatste mogelijkheid kent de huidige Nederlandse regeling echter niet.
Voorgesteld is nu om de Wet op de omzetbelasting op onderhavig punt volledig af te stemmen op de Europese BTW-richtlijn.
Tijdsevenredige BPM voor grensoverschrijdende lease van auto’s
De uitspraak van het Europese Hof van Justitie in de zogenoemde zaak Van de Coevering, jaagde de regering grote schrik aan. De rechters van dit Hof oordeelde dat de huidige heffing van de ‘volle’ BPM van Nederlandse ingezetenen die gebruik maken van buitenlandse huurauto’s in strijd is met het Europese recht, omdat – kort gezegd - voor de hoogte van die heffing de duur van het gebruik van het Nederlandse wegennet geen rol speelt. De regering was door deze uitspraak bevreesd dat onze wegen zouden worden overspoeld met buitenlandse kentekens, waardoor de Nederlandse overheid grote sommen BPM mis zou lopen. Als reactie hierop komt de regering nu met de regeling tijdsevenredige BPM voor grensoverschrijdende lease van auto’s.
Bij gebruik van een buitenlandse huurauto zal de BPM dan berekend worden op basis van de duur van het weggebruik door middel van een tijdsevenredige BPM. Als een Nederlandse ingezetene in het buitenland een auto huurt of least, moet hij voordat hij de auto in Nederland gebruikt, aangifte doen van tijdsevenredige BPM onder gelijktijdige betaling van die belasting. Deze regeling is overigens niet van toepassing voor auto’s die vanuit het buitenland duurzaam ter beschikking worden gesteld aan een Nederlands ingezetene. Daarvan is in ieder geval sprake als de periode van de terbeschikkingstelling meer bedraagt dan drie jaar.
Voor de volledigheid merken wij nog op dat voor het gebruik van buitenlandse huurauto's eveneens motorrijtuigenbelasting is verschuldigd.
Samenvattend
Zoals u ziet heeft de regering weer aardig wat fiscale hooi op zijn vork genomen. Het is uiteraard altijd nog maar de vraag of alle wetsvoorstellen door ons parlement worden aangenomen. Daarbij merken wij wel op dat het verleden ons heeft geleerd dat we al te grote wijzigingen niet hoeven te verwachten. Wij zullen u uiteraard van de stand van zaken op de hoogte houden.
TERUG
September 2006 Meewerkaftrek verdwijnt
Het Ministerie van Economische Zaken heeft een evaluatieonderzoek laten uitvoeren naar zes fiscale instrumenten die als doel hebben het ondernemerschap te bevorderen. Het gaat hierbij om de zelfstandigenaftrek, de startersaftrek (de extra zelfstandigenaftrek voor startende ondernemers), de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek, de fiscale oudedagsreserve, de meewerkaftrek en de willekeurige afschrijving starters. Uit het onderzoek blijkt dat alle instrumenten, met uitzondering van de meewerkaftrek, bijdragen aan het bevorderen van ondernemerschap. Het Kabinet heeft aangegeven om de meewerkaftrek af te schaffen en de overige fiscale instrumenten in stand te laten.
TERUG
Augustus 2006 Verlaging dividendbelasting niet interessant voor DGA's
De dividendbelasting gaat omlaag van 25% naar 15%. Dat lijkt interessant, maar is het niet, althans niet voor directeuren-grootaandeelhouders. De maatregel is vooral bedoeld voor grote bedrijven, om het fiscaal aantrekkelijker te maken zich in Nederland te vestigen.
Bij een tarief van 15% in de dividendbelasting moet een DGA voortaan 10% van het uitgekeerde (bruto)dividend bijpassen voor de inkomstenbelasting. Dit komt doordat het vaste tarief in Box II onveranderd 25% blijft.
Let op: het feit dat u later moet bijbetalen, kan tot gevolg hebben dat u juist duurder uit bent, omdat er ook heffingsrente in rekening wordt gebracht. U kunt dit voorkomen door de fiscus te vragen om meteen een aanvullende voorlopige aanslag inkomstenbelasting op te leggen, ter grootte van 10% van het uitgekeerde dividend.
TERUG
juni 2006 wetsvoorstel Wet werken aan winst
Staatssecretaris Wijn van Financiën heeft op 24 mei jongstleden het reeds aangekondigde wetsvoorstel Wet werken aan winst (Vennootschapsbelasting 2007) naar de Tweede Kamer gezonden.
Tariefsverlagingen
Het tarief van de vennootschapsbelasting gaat per 1-1-2007 omlaag van 29,6% (2006) naar 25,5%.Winsten tot € 25.000 worden belast tegen 20% en winsten tot € 60.000 tegen 23,5%. Ook ondernemers-natuurlijke personen komen in aanmerking voor een tariefsverlaging. De ondernemingswinst wordt voor hooguit 90% in de inkomstenbelasting betrokken. Dit houdt een verlaging van het tariefmaximum in van 52% tot 46,8%. Het tarief van de dividendbelasting gaat omlaag van 25% naar 15%.
Groepsrentebox
Er komt een nieuwe fiscale faciliteit om Nederland als vestigingsplaats voor concernfinancieringsmaatschappijen aantrekkelijk te houden: de zogeheten groepsrentebox. In de groepsrentebox wordt -onder voorwaarden en volgens een bepaalde fiscale normering- het saldo van binnen een groep van verbonden lichamen ontvangen en betaalde rente (groepsrentesaldo) effectief belast tegen 5%. Het bedrag dat in aanmerking komt voor belasting naar het effectieve tarief van 5% is echter beperkt tot een bepaald percentage van het gemiddelde fiscale vermogen van dat jaar. Dit percentage is gekoppeld aan het percentage van de heffingsrente over het kwartaal waarin het boekjaar eindigt. De toepassing van het regime van de groepsrentebox is optioneel. De keuze voor de groepsrentebox zal wel door alle in Nederland belastingplichtige groepsmaatschappijen moeten worden gemaakt en zal in beginsel gelden voor een periode van ten minste drie jaar.
Octrooibox
Nieuw is de invoering van een octrooibox. Deze faciliteit is bedoeld ter bevordering van de kenniseconomie in Nederland. Als hoofdregel zal gelden dat de voortbrengingskosten van immateriële activia niet langer hoeven te worden geactiveerd. Dit is echter anders indien om toepassing van het octrooibox-regime wordt verzocht. Het regime is per immaterieel actief toepasbaar indien te verwachten is dat het octrooi in belangrijke mate (ten minste 30%) zal bijdragen aan de winst dat met het immaterieel actief wordt behaald. Het octrooibox-regime is niet van toepassing op merken, logo’s en vergelijkbare activa. De octrooiboxwinst wordt effectief belast tegen een tarief van 10%, maar er geldt een plafond van maximaal vier maal de voortbrengingskosten. De rest is belast tegen het gewone tarief. Het octrooibox-regime gaat gelden voor voortbrengingskosten na 1 januari 2007 die leiden tot een octrooi/patent. Het tijdstip van invoering van zowel de rentebox als de octrooibox hangt mede af van de gedachtewisseling met de Europese Commissie. Indien na deze gedachtewisseling wordt besloten tot invoering van één of beide van deze boxen, zal dit van (terugwerkende) kracht worden met ingang van 1 januari van het jaar van invoering.
Beperking verliesverrekening
De termijn van achterwaartse verliesverrekening wordt beperkt van drie jaar (2006) tot één jaar. Deze beperking geldt echter niet voor ondernemingswinsten belast in de inkomstenbelasting (blijft drie jaar). De termijn van achterwaartse verliesverrekening voor aanmerkelijk-belanghouders wordt ook beperkt tot één jaar. De onbeperkte voorwaartse verliesverrekening (2006) wordt beperkt tot negen jaar en geldt zowel voor de vennootschapsbelasting als de inkomstenbelasting. Volgens overgangsrecht zullen verliezen uit de jaren tot en met 2002 verrekenbaar blijven tot en met 2002. Het nemen van maatregelen tegen verliesverdamping is toegestaan mits de maatregelen binnen de wettelijke mogelijkheden blijven.
Afschrijving bedrijfsmiddelen en waardering onderhanden werk
De methodes voor afschrijving van bepaalde bedrijfsmiddelen worden zowel in de vennootschapsbelasting als de inkomstenbelasting ingeperkt. De voornaamste inperking betreft onroerende zaken. Beleggingspanden (die worden verhuurd aan derden) zijn afschrijfbaar totdat de boekwaarde van het pand inclusief de ondergrond gelijk is aan de WOZwaarde. Overige onroerende zaken (panden in eigen gebruik of verhuurd aan verbonden personen/lichamen) zijn slechts afschrijfbaar tot dat de boekwaarde van het pand inclusief de ondergrond gelijk is aan 50% van de WOZ-waarde. Afwaardering tot lagere bedrijfswaarde blijft mogelijk. Met betrekking tot onroerende zaken gelden verder nog diverse aanvullende regelingen. De afschrijvingstermijn voor goodwill gaat naar 10 jaar; voor andere bedrijfsmiddelen (machines, ICT) naar vijf jaar. Met betrekking tot onderhanden werk vinden enige wijzigen plaats. Zo moet het aandeel in het constante deel van de algemene kosten in de waardering van onderhanden werk worden opgenomen. Verder is het niet meer toegestaan om de winstneming uit te stellen tot het moment waarop een werk wordt opgeleverd. In voorkomende gevallen kan een voorziening worden gevormd voor het geactiveerde onderhanden werk.
Deelnemingsvrijstelling
Er zijn diverse aanpassingen in de deelnemingsvrijstelling. De 5%-grens wordt een harde grens. Aandelenpakketten boven 5% vallen in principe altijd onder de deelnemingsvrijstelling (tenzij sprake is van een ‘laagbelaste beleggingsdeelneming’); pakketten kleiner dan 5% vallen in ieder geval nooit onder de deelnemingsvrijstelling. Bij voordelen uit een laagbelaste beleggingsdeelneming heeft de moedervennootschap recht op een tax credit van maximaal 5%. Zogeheten hybride leningen aan een eigen deelneming (of aan een deelneming van een verbonden lichaam) worden mede tot een deelneming gerekend. Voortaan zijn naast de aankoopkosten ook de verkoopkosten niet aftrekbaar. De zogeheten ‘voorraadeis’, de ‘niet ter beleggingeis’ en de ‘onderworpenheidseis’ vervallen.
Renteaftrekbeperkingen
Met betrekking tot hybride leningen (een vermogensvorm die een mengvorm is van eigen en vreemd vermogen) vinden enige wijzigingen plaats. Zo zal de beoordeling van de renteaftrek over leningen met kapitaalkarakter weer plaatsvinden conform de (oude) rechtspraak van de Hoge Raad betreffende de ‘deelnemerschapsleningen’. Verder zal geen recht op renteaftrek bestaan voor rente en waardemutaties van een lening zonder vaste aflossingsdatum dan wel met een looptijd van meer dan 10 jaar indien deze lening is verkregen van een gelieerd lichaam en een vergoeding ontbreekt dan wel deze in belangrijke mate lager is dan hetgeen in het economische verkeer door onafhankelijke partijen zou zijn overeengekomen. Verder vindt in enige andere specifieke situaties renteaftrekbeperking plaats.
TERUG
Mei 2006 Verplichte 'eerstedagsmelding' voor nieuwe werknemers
Vanaf juli 2006 bent u als werkgever verplicht om nieuwe werknemers bij de Belastingdienst aan te melden met de zogenaamde Opgaaf eerstedagsmelding. U kunt deze melding eenvoudig zelf elektronisch doen. U kunt er ook voor kiezen om deze melding door ons te laten uitvoeren. Laat het ons dan wel weten. Wie het ook doet, de melding dient tijdig volgens de nieuwe regels plaats vinden. Bent u te laat dan loopt u het risico dat de Belastingdienst een sanctie (boete) oplegt. De verplichting gaat in voor alle werknemers die beginnen op of na 4 juli 2006. Voorbeeld: bij aanvang op 4 juli 2006 dient de melding bij de Belastingdienst binnen te zijn op 3 juli.
Klik hier voor uitgebreidere informatie over deze eerstedagsmelding (pdf).
TERUG
April 2006 Eenvoudige manier om successierechten te besparen
Verkoop bij leven en levering na overlijden leidde tot forse besparing successierecht
Rentelijk heeft Hof Amsterdam een uitspraak gedaan waaruit blijkt dat met betrekking tot de ouderlijke woning op eenvoudige wijze een groot bedrag aan successierecht kan worden bespaard.
De situatie was als volgt. Vader verkocht bij leven zijn woning aan zijn zoon voor f 150.000 (€ 68.067). In het verkoopcontract was bepaald dat de koopsom pas hoefde te worden betaald bij ondertekening van de notariële akte van overdracht die uiterlijk zes maanden na overlijden van de verkoper (de vader) moest zijn gepasseerd. De woning was op overlijdensdatum inmiddels ca. f 850.000 (€ 385.713) waard. De inspecteur merkte de waardeaangroei van f 700.000 (€ 317.646) aan als een fictief erfrechtelijke verkrijging. Het Hof stelde echter vast dat geen sprake was van een zodanige verkrijging. Er was namelijk niet aan de essentiële voorwaarde voldaan waarbij een vermogensbestanddeel van de erflater was omgezet in een genotsrecht (zoals een vruchtgebruik) dat eindigt bij zijn overlijden.
TERUG
April 2006 Conserverende aanslag geoorloofd volgens EG-hof
De Advocaat-Generaal van het EG-Hof komt tot de conclusie dat het huidige Nederlandse systeem van conserverende aanslag emigrerende directeur-grootaandeelhouder niet disproportioneel is.
Op 27 oktober 2004 heeft Hof Arnhem aan het Europese Hof van Justitie (EG-Hof) prejudiciële vragen gesteld met betrekking tot het Nederlandse systeem van conserverende aanslagen voor de emigrerende directeur-grootaandeelhouder (dga).
Onlangs heeft Advocaat-Generaal Kokott van het EG-Hof haar conclusie hierover uitgebracht. Zij vindt het sinds 2005 geldende Nederlandse systeem van conserverende aanslagen voor de emigrerende directeur-grootaandeelhouder (dga) niet disproportioneel. Belangrijke redenen voor haar instemmende beoordeling is dat het Nederlandse systeem niet langer meer de als bezwarend ervaren voorwaarde van zekerheidstelling voor de conserverende aanslag bevat. De zekerheidstelling kon in de praktijk voor de dga daadwerkelijk een belemmering vormen om zich elders in de Europese Unie te vestigen. Een deel van het privé-vermogen stond de dga immers niet vrij ter beschikking met diverse mogelijke financiële nadelen tot gevolg. De conclusie van de A-G bouwt voort op het arrest van het EG-Hof van 11 maart 2004 in de zaak Hughes de Lasteyrie du Saillant. Het Nederlandse systeem van conserverende aanslagen is echter minder vrijheidsbeperkend dan het Franse systeem.
TERUG
December 2005 Zorgverzekeringswet: salderen doorbetaalde werkgeversbijdragen
Wat nu als de werkgever in 2005 aan particulier verzekerde werknemers een bijdrage geeft voor de kosten van de particuliere ziektekostenverzekering? Moet deze ook in 2006 worden doorbetaald en zo ja, komt de vergoeding bovenop de verplichte vergoeding voor de inkomensafhankelijke bijdrage? Deze vragen zijn op dit moment erg actueel. Of de huidige bijdrage kan worden geschrapt is afhankelijk van de vormgeving van de onderliggende regeling. Mogelijk is die regeling zo ‘neutraal’vormgegeven dat deze ook onder de nieuwe Zorgverzekeringswet van toepassing is.
Als volgend jaar de huidige vergoedingen worden doorbetaald, wordt de werkgever in beginsel geconfronteerd met dubbele kosten: de verplichte vergoeding voor de inkomensafhankelijke bijdrage en de door te betalen, huidige vergoeding. Werkgevers kunnen de dubbele kosten echter (deels) vermijden door gebruik te maken van de zogeheten salderingsregeling. Voorzover de doorbetaalde vergoeding namelijk betrekking heeft op het basispakket zoals dat in 2006 van toepassing is, mag de doorbetaalde vergoeding voor dat deel in mindering worden gebracht op de verplichte vergoeding van de inkomensafhankelijke bijdrage.
De gevolgen voor werkgevers van de Zorgverzekeringswet en zeker ook de bijbehorende salderingsregeling zijn bij lang niet alle werkgevers bekend. Nagegaan dient in hoeverre men gehouden is om de huidige werkgeversbijdrage aan de particuliere ziektekostenverzekering door te betalen en daarnaast te bepalen welk deel men in mindering kan brengen op de verplichte vergoeding van de inkomensafhankelijke bijdrage. De werkgever is niet verplicht om de salderingsregeling toe te passen. Hij is vrij om de door te betalen vergoeding bovenop de verplichte werkgeversvergoeding te betalen. Let er overigens wel op dat met betrekking tot vergoedingen bovenop de verplichte werkgeversbijdrage zowel loonheffing als premies werknemersverzekeringen zijn verschuldigd en dat voor het bedrag dat de werkgver mag salderen slechts loonheffing dient te worden afgedragen (en geen premies werknemersverzekeringen).
TERUG
November 2005 Auto van de zaak: Wijn komt werkgevers tegemoet
Met ingang van 1 januari 2006 wordt het voordeel van een auto van de zaak (de “bijtelling”) onder de loonbelasting gebracht. Staatssecretaris Wijn van Financiën blijkt inmiddels gevoelig voor de kritiek op de maatregel. Hij stelt aan de Tweede Kamer voor de werkgevers op de volgende twee punten tegemoet te komen.
1. Werkgevers hoeven niet de kilometeradministratie van de werknemers te controleren. Als een werknemer van plan is aan te tonen dat hij in een kalenderjaar minder dan 500 km privé rijdt, kan hij bij de belastingdienst een “verklaring geen privé-gebruik” aanvragen. Deze verklaring overlegt hij aan zijn werkgever die vervolgens de inhouding van loonbelasting op de bijtelling achterwege mag laten.
Als (achteraf) blijkt dat de werknemer de 500 km-grens toch heeft overschreden, wordt aan hem de naheffing loonbelasting opgelegd.
Let op! Uitdrukkelijk zal worden bepaald dat een werkgever niet op de “verklaring geen privé-gebruik” mag afgaan als hij weet dat de auto op kalenderjaarbasis voor meer dan 500 km privé wordt gebruikt. In dat geval kan de naheffing toch aan de werkgever worden opgelegd.
2. Oorspronkelijk zou er over de bijtelling ook premies werknemersverzekeringen verschuldigd zijn. Wijn stelt aan de Tweede Kamer voor dit onderdeel terug te draaien en de bijtelling voor de premieheffing werknemersverzekeringen (WW, WAO/WIA) vrij te stellen.
Dit geldt echter niet voor de inkomensafhankelijke bijdrage voor de Zorgverzekeringswet: die zal ook over de bijtelling worden berekend. Mocht het zo zijn dat een werknemer een “verklaring geen privé-gebruik” heeft ingeleverd maar toch meer dan 500 km privé heeft gereden, dan is hij degene die een naheffing voor de Zvw-bijdrage krijgt. In dat geval hoeft de werkgever deze bijdrage niet te vergoeden.
Commentaar
De “verklaring van geen privé-gebruik” voorziet beslist in een behoefte. De vraag of en hoe een werkgever de kilometeradministratie van een werknemer zou moeten controleren leidde nu al tot discussies tussen werkgevers en werknemers. Wel is het te betreuren dat de verklaring niet een volledige vrijwaring inhoudt. Over de vraag wanneer een werkgever “weet” dat de werknemer meer dan 500 km privé rijdt, zal nog wel wat te doen zijn.
Dat de bijtelling wordt vrijgesteld van de premieheffing is uit oogpunt van financiële lastenverlichting natuurlijk toe te juichen. Het is wel ironisch dat hiermee het verschil tussen het loonbegrip voor de loonbelasting en dat voor de premieheffing werknemersverzekeringen aanzienlijk wordt vergroot. Wij hadden het idee dat met de WALVIS-operatie iets anders werd nagestreefd.
Tenslotte: de voorstellen van Wijn lossen maar een klein deel van de problemen op. Denk bijvoorbeeld aan de problematiek rondom de poolauto’s, de bedrijfsbusjes en de (al dan niet) aftrekbaarheid van de eigen bijdrage. De kans dat hier nog tegemoetkomingen te verwachten zijn is nu mogelijk kleiner geworden.
TERUG
November 2005 Van WAO naar WIA: aandachtspunten
Uitkeringen
De WIA-regels gelden voor iedereen die op of na 1 januari 2004 ziek is geworden, het hele Poortwachtertraject heeft doorlopen en na twee jaar nog niet (volledig) terug is op de werkvloer. ‘Oude gevallen’ – mensen die vóór 1 januari 2004 arbeidsongeschikt werden – blijven onder het WAO-regime vallen. Zij worden weliswaar herkeurd volgens de nieuwe regels, maar hebben verder niets te maken met de WIA-bepalingen.
Een werknemer die een WIA-uitkering aanvraagt, wordt door het UWV gekeurd. Die keuring concentreert zich niet op de beperkingen van de aanvrager, maar op wat hij nog wél kan. Zijn mogelijkheden worden ingevoerd in de computer. Daar rolt een passende functie uit, inclusief het salaris dat erbij hoort. Het UWV maakt vervolgens een rekensom: ‘wat verdiende de aanvrager eerst?’ minus ‘wat kan hij nog verdienen?’. De uitkomst van dat sommetje is iemands ‘verdiencapaciteit’.
De WIA onderscheidt drie categorieën:
- 0 tot 35%: geen WIA-uitkering. Werknemers die er niet meer dan 35 procent in verdiencapaciteit op achteruit gaan, vallen niet onder de WIA. Ze krijgen geen uitkering en blijven in dienst bij hun werkgever.
- 35% tot 80%: de WGA. Werknemers die tussen de 35 en de 80 procent terugvallen in verdiencapaciteit, komen in de regeling Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten (WGA). Die regeling geldt ook voor mensen die meer dan 80 procent in verdiencapaciteit terugvallen, maar voor wie er goede kansen op herstel zijn. WGA'ers krijgen een uitkering. De hoogte en de duur daarvan zijn afhankelijk van het arbeidsverleden van de aanvrager en van de vraag of hij gedeeltelijk weer aan de slag is. De werkgever blijft echter verantwoordelijk voor de reïntegratie van de betreffende werknemer.
- Meer dan 80%: de IVA. Wanneer een werknemer meer dan 80% minder verdiencapaciteit heeft én er sprake is van 'duurzame arbeidsongeschiktheid', dan valt hij in de regeling Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten (IVA). Onder duurzaam wordt verstaan tenminste vijf jaar. Een werknemer die onder de IVA valt, wordt ontslagen en krijgt een uitkering van 70% van zijn laatstverdiende loon.
Werkgevers
(Gedeeltelijk) arbeidsongeschikte werknemers blijven dus veel langer de verantwoordelijkheid van de werkgever dan onder de WAO het geval was. De werkgever moet ze reïntegreren en draagt de kosten van die reïntegratie.
Dat brengt keuzes met zich mee:
- zelf het risico van mogelijke arbeidsongeschiktheid dragen;
- het risico onderbrengen bij het UWV;
- het risico verzekeren bij een particuliere verzekeringsmaatschappij;
- bijverzekeren voor omstandigheden die de WIA niet meer dekt?
Ieder bedrijf – eigenrisicodrager of niet – betaalt in 2006 WGA-premie aan het UWV. Die premies krijgen eigenrisicodragers weliswaar teruggestort in 2007, maar over dat bedrag krijgt de werkgever geen rente en kan er maandenlang niet over beschikken.
Als een eigenrisicodrager zich nu weer meldt bij het UWV, worden mensen die ziek zijn geworden tussen 2004 en 2006 niet verzekerd. Zij gelden als ‘inloop’ en vallen niet onder de dekking van het UWV.
Wanneer een werkgever nu eigenrisicodrager WAO is en dat niet voor de WGA wil worden, moet hij vóór 29 december 2005 een standaardformulier inleveren bij het UWV.
TERUG
September 2005 Vragen en antwoorden nieuwe Zorgverzekeringswet
Heeft u vragen over de nieuwe Zorgverzekeringswet? Hier worden de meest gestelde beantwoord, gebaseerd op de informatie van juni 2005.
Hoe zit het met die inkomensafhankelijke bijdrage?
Iedereen die een inkomen heeft uit tegenwoordige arbeid (Box 1) moet daarnaast via de Belastingdienst een inkomensafhankelijke bijdrage van 6,25 procent betalen. Om de hoogte van die bijdrage vast te stellen, tellen persoonlijke aftrekposten (zoals hypotheekrente) niet mee. Waarschijnlijk zal het premieloon waarover de bijdrage berekend wordt, maximaal € 30.000 bedragen.
Als een werknemer loon uit tegenwoordige arbeid geniet, dan bent u als werkgever verplicht om de inkomensafhankelijke bijdrage aan hem te vergoeden. Dit geldt ook voor bepaalde uitkeringen. Deze vergoeding is belast voor de loonheffing, maar niet voor premies werknemersverzekeringen. De inkomensafhankelijke bijdrage moet u als werkgever samen met de loonheffing en premies werknemersverzekeringen afdragen aan de Belastingdienst.
Ik ben als dga niet sociaal verzekerd, geldt de nieuwe zorgverzekering ook voor mij?
Jazeker, elke Nederlander dient zich te verzekeren. De werkgeversbijdrage ontvangt u van uw BV, hierover betaalt u loonbelasting. Bent u zelfstandige, dan betaalt u de inkomensafhankelijke bijdrage zelf.
Als werkgever betaal ik nu de helft van de totale (particuliere) ziektekostenpremies van mijn werknemers. Welk deel ga ik straks betalen?
In de nieuwe situatie wordt een inkomensafhankelijke bijdrage van 6,25 procent geheven bij verzekerinsgplichtigen. Als werkgever bent u verplicht deze geheel te vergoeden. Macro-economisch gezien is dit overigens vergelijkbaar met de huidige situatie, waarin u ook ongeveer de helft van de ziektekosten van uw werknemers betaalt.
Ik betaal momenteel geen vergoeding aan mijn particulier verzekerde werknemers. Wat verandert er voor mij?
Vanaf volgend jaar dient u aan elke werknemer de inkomensafhankelijke bijdrage te vergoeden. Het verschil tussen ziekenfonds en particulier vervalt immers. Dit zorgt in uw geval voor een forse kostenstijging! Het is dus zaak dit tijdig met uw werknemers te bespreken en de vergoeding uit het brutosalaris te halen.
Ik bied mijn werknemers een collectieve ziektekostenregeling. Hoe zit dat volgend jaar?
In het nieuwe stelsel is dit eenvoudiger te realiseren, omdat iedereen dezelfde basisverzekering krijgt. Via een collectief kunt u aantrekkelijkere voorwaarden creëren: u kunt met een zorgverzekeraar namelijk een korting afspreken. De maximale korting die een zorgverzekeraar voor collectieve regelingen mag afspreken bedraagt tien procent.
TERUG
augustus 2005 Uitstel belastingbetaling bij bedrijfsopvolging
Om een bedrijfsopvolging soepeler te laten verlopen, zijn er fiscale faciliteiten. Per 1 januari 2005 is daar een nieuwe uitstelfaciliteit aan toegevoegd. De uitstelfaciliteit geeft bedrijfsovernemers ruimere financieringsmogelijkheden.
Via de uitstelfaciliteit krijgt een bedrijfsoverdrager renteloos uitstel van belastingbetaling, als hij een deel van de koopsom leent aan de overnemer. Aan het uitstel zijn wel een aantal voorwaarden verbonden. Zo geldt dat de hoogte van het uitstel is gekoppeld aan de hoogte van de lening. Ook is het uitstel alleen van toepassing voor de winst op overgedragen bedrijfsmiddelen. De periode van uitstel is gelijk aan de aflossingsperiode, maar maximaal tien jaar. In die periode wordt jaarlijks een evenredig deel van het uitstel beëindigd.
De uitstelfaciliteit maakt het voor bedrijfsovernemers gemakkelijker om een deel van de koopsom te lenen bij de bedrijfsoverdrager. De overdrager moet over zijn lening weliswaar rente berekenen, maar die rente kan de overnemer aftrekken van de winst.
TERUG
Augustus 2005 Aftrek BTW op privé-investeringen!
Het Hof van Justitie te Luxemburg heeft op 14 juli 2005 uitspraak gedaan in een zaak over het Nederlandse systeem van aftrekbeperking.
Nederland: geen heffing over privé-gebruik
Nederland kent geen heffing over het privé-gebruik van investeringsgoederen. Volgens het genoemde Hof is het Nederlandse systeem niet in overeenstemming met de Europese Zesde Richtlijn. Er komt waarschijnlijk een reparatiewet.
Vakantiebungalow
De uitspraak betrof de zaak Charles/Charles-Tijmens. Belanghebbenden hebben een vakantiebungalow aangeschaft die zij deels verhuren en deels voor privé-doeleinden gebruiken. De verhuur is belast met omzetbelasting. Op grond van de Wet op de omzetbelasting 1968 kan slechts voorbelasting worden afgetrokken voor zover de leveringen en/of diensten worden gebruikt voor belaste prestaties. In deze situatie zou dat dus het geval zijn voor het deel dat betrekking heeft op de verhuur. Belanghebbenden hebben echter de volledige voorbelasting in aftrek gebracht. De inspecteur ging hiermee niet akkoord. De zaak kwam voor het Hof. Na een negatieve uitspraak van het Hof gingen belanghebbenden uiteindelijk in cassatie bij de Hoge Raad.
Aftrekbeperking niet volgens Europese Richtlijn
In cassatie stelt de Hoge Raad aan het Hof van Justitie te Luxemburg de prejudiciële vraag of het Nederlandse systeem van aftrekbeperking in overeenstemming is met de Europese Zesde Richtlijn. Het genoemde Hof oordeelde dat dit niet het geval is. Volgens dit oordeel komt de voorbelasting van een geheel als ondernemingsvermogen bestempeld investeringsgoed volledig en onmiddellijk in aftrek toe aan belanghebbenden. Ook al wordt dat investeringsgoed mede voor andere doeleinden gebruikt, zoals privé-doeleinden.
Reparatiewet op komst?
Op grond van deze uitspraak lijkt het zeer lucratief om een investeringsgoed volledig tot het ondernemingsvermogen (voor de BTW) te rekenen. Immers, er bestaat recht op aftrek van de volledige voorbelasting, dus ook voor het deel dat voor privé-doeleinden wordt gebruikt, terwijl er aan de andere kant geen mogelijkheid bestaat tot heffing over dit privé-gebruik. Nederland kent namelijk geen heffing over het privé-gebruik van investeringsgoederen. Enige uitzondering hierop is de BTW-heffing over het privé-gebruik van de auto.
Er zijn echter op dit moment (begin augustus 2005) zeer hardnekkige geruchten dat binnenkort reparatiewetgeving wordt ingevoerd. Vanaf dat moment is er waarschijnlijk sprake van een heffing over het privé-gebruik. Is deze correctie een feit, dan wordt het grote voordeel van de aftrek bij aanschaf op termijn nagenoeg geheel weggepoetst.
Liquiditeitsvoordeel
Het is zeer onduidelijk hoe deze reparatiewet er exact uit komt te zien. Het kan vooral bij investeringen in onroerende investeringsgoederen zeker interessant zijn om bij de aanschaf te kiezen voor ondernemingsvermogen. Er ontstaat immers een fors liquiditeitsvoordeel. De voorbelasting is namelijk volledig aftrekbaar, evenals die op onderhoudskosten. Het voordeel zal geleidelijk verminderen bij een heffing over het privé-gebruik. Wij kunnen uw specifieke situatie bestuderen om tot een passend advies te komen. Neem voor meer informatie contact op met uw relatiebeheerder.
TERUG
augustus 2005 VUT, prepensioen & levensloopregeling
VUT & prepensioen
Op het gebied van pensioenen staan ons het komende jaar wederom heel wat veranderingen te wachten. Zo is met ingang van 1 januari 2006 de fiscale faciliëring van de VUT en het prepensioen afgeschaft. Als gevolg van de nieuwe regelgeving worden alle mogelijkheden om eerder dan vanaf 65-jarige leeftijd met pensioen te gaan fiscaal ontmoedigd. Alleen werknemers, waaronder directeur/aandeelhouders, die op 1 januari 2005 reeds 55 jaar of ouder waren, worden ontzien.
Levensloopregeling
Als alternatief voor vroegpensioen, zal met ingang van 1 januari 2006 de levensloopregeling in werking treden. De levensloopregeling kan worden gezien als een vervanging van de verlofspaarregeling. Deelname aan de levensloopregeling is een recht voor iedere werknemer en geschiedt op vrijwillige en individuele basis. Jaarlijks wordt een bepaald bedrag van het bruto jaarloon gespaard op een bij een bank of verzekeraar aangehouden zogenaamde levenslooprekening.
Dit verloftegoed mag, in overleg met de werkgever, op elk moment als inkomensaanvulling tijdens verlof worden opgenomen. Dit mag ook voorafgaand aan pensionering. De levensloopregeling maakt zodoende een vroegpensioen mogelijk.
Binnen de levensloopregeling kan jaarlijks maximaal 12% van het bruto jaarloon worden ingelegd met totaal een absoluut maximum van 210% van het laatstverdiende loon. Een maximale levensloopspaarpot van 210% betekent bij een opname van 70% van het laatstgenoten salaris dat drie jaren eerder kan worden gestopt met werken. Deelname aan de levensloopregeling brengt extra administratieve lasten voor de werkgever met zich mee. Zo dient de werkgever een levensloopreglement op te stellen en de deelname in de loonadministratie te verwerken. De uitbetaling geschiedt eveneens via de werkgever, die zodoende inhoudingspichtig is voor de loonbelasting. Ook dient de werkgever de 210%-grens in de gaten te houden via verklaringen van de deelnemende werknemers.
Tot slot willen wij u er nog op wijzen dat indien ondernemers een fiscale oudedagsreserve (FOR) op de ondernemingsbalans hebben staan en zij deze FOR willen aanwenden voor een overbruggingslijfrente, het noodzakelijk is dat de omzetting of afstorting van de FOR geschiedt vóór 1 januari 2006.
Modernisering Wet op de Vennootschapsbelasting
Onlangs heeft Staatssecretaris Wijn van Financiën namens het kabinet in een nota zijn plannen kenbaar gemaakt voor de modernisering van de Wet VPB. De titel van de nota is “Werken aan winst; naar een lager tarief en een brede grondslag.” De modernisering van de Wet VPB heeft als belangrijkste doel een impuls te geven aan het fiscale vestigingsklimaat in Nederland.
Globaal vallen de voorgestelde wijzigingen uiteen in een drietal categorieën:
- - maatregelen ter verbetering van het fiscale vestigingsklimaat;
- - aanpassingen in de belastinggrondslag;
- - het EU-bestendig maken van de vennootschapsbelasting;
In het navolgende zullen wij enkele belangrijke aspecten van de nota nader toelichten.
Verlaging tarief
Met ingang van 1 januari 2005 zijn de VPB-tarieven reeds verlaagd. Op basis van de nota zullen de tarieven echter nog verder worden verlaagd. Het idee is om het toptarief vanaf 2007 vast te stellen op 27,4% (2008: 26,9%) en het MKB-tarief op 20%. Tevens wordt de MKBschijf verlengd van de huidige € 22.689 tot € 41.000.
Afschaffing kapitaalsbelasting
Voorgesteld is om de kapitaalsbelasting met ingang van 1 januari 2006 af te schaffen. Op basis van de huidige wetgeving is ter zake van het bijeenbrengen van in aandelen verdeeld kapitaal kapitaalsbelasting verschuldigd tegen een tarief van 0,55%.
Invoering MKB-vrijstelling in de inkomstenbelasting
Met ingang van 1 januari 2007 zal voor ondernemers die onder de inkomstenbelasting vallen, een MKB-vrijstelling worden ingevoerd. Deze vrijstelling bedraagt ten minste 5% van de belastbare winst van ondernemers die voldoen aan het urencriterium.
Op dit moment bestaan nog veel onduidelijkheden over de concrete invulling van de plannen. De Tweede Kamer gaat binnenkort hierover debatteren. Een concreet wetsvoorstel is nog niet ingezonden maar wordt omstreeks 1 januari 2006 verwacht. Gezien het grote belang van dit aanstaande wetsvoorstel voor de praktijk, hebben wij gemeend dit reeds op dit moment onder uw aandacht te moeten brengen. Het spreekt voor zich dat ten tijde van de nadere concretisering van de plannen u door ons op de hoogte wordt gebracht.
TERUG
Mei 2005 Nieuwe huisstijl!
Zoals u in deze nieuwsrubriek kunt lezen, gaat ons kantoor medio juli 2005 verhuizen. Reden voor ons om onze huisstijl geheel te herzien! Tegelijkertijd wordt onze naam wat 'ingekort' tot Kalb Accountants & Adviseurs. Niet omdat 'Kalb' geen 'partners' meer heeft, maar om onze naam in overeenstemming te brengen met onze werkwijze: Kort(e lijnen) en krachtig! Hieronder alvast een voorproefje van de nieuwe huisstijl, die rond de verhuizing officieel geïntroduceerd zal worden:

TERUG
Mei 2005 Kalb en Partners gaat verhuizen!
Vanaf 1970 is ons kantoor gevestigd aan De Waalreseweg 2 te Valkenswaard. Echter niet lang meer, want medio juli 2005 gaan we verhuizen naar Den Dries 7 te Valkenswaard. Inmiddels waren we al een tijdje 'uit ons jasje gegroeid' op de huidige locatie. Het nieuwe pand biedt veel meer ruimte aan onze medewerkers, maar met zijn 17 parkeerplaatsen en goede bereikbaarheid zijn wij er van overtuigd dat ook onze relaties zich snel thuis zullen voelen! Onderstaand enkele foto's van de nieuwe huisvesting.


TERUG
December 2004 ELEKTRONISCHE AANGIFTE
Elektronische aangifte verplicht vanaf 1 januari 2005
Klik hier om onderstaand nieuws te downloaden als pdf
Vanaf 1 januari 2005 zijn ondernemers verplicht hun aangiften omzetbelasting, inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting elektronisch in te dienen. Dit heeft Minister Zalm in augustus 2003 bepaald. Vanaf 1 januari 2006 geldt dit ook voor de loonbelasting, omdat eerst de gegevens van het UWV en de Belastingdienst moeten worden samengevoegd om te komen tot één aangiftebiljet.
In dit eerste nummer van een serie nieuwsbrieven rond dit onderwerp gaan wij vooral in op de diverse werkwijzen. Ook bevat dit nummer een stappenplan voor de aangifte omzetbelasting en de opgaaf Intracommunautaire levering (ICL-listing) welke ieder kwartaal moet gebeuren.
Verplichting voor ondernemers
Anno 2004 gebruikt rond de 80% van de particulieren (zonder enige verplichting) een elektronische vorm van aangeven voor de inkomstenbelasting, terwijl in de zakelijke (ondernemers) markt dat minder dan 5% doet. Een verplichting bij ondernemers is volgens het Ministerie van Financiën de enige oplossing om meer aangiften elektronisch te ontvangen. Volgens de laatste gegevens van de Belastingdienst heeft 96% van de ondernemers een eigen computer. Voor de aangifte winstbelasting (IB en VpB) maakt 90% van de ondernemers gebruik van een intermediair. Ofwel: 10% van de ondernemers doet zelf de aangifte winstbelasting. Voor de periodieke (veelal maandelijkse) aangifte omzetbelasting doet ruim 40% van de ondernemers zelf de aangifte. Er zijn voor ondernemers verschillende manieren van elektronisch aangeven: via de internetsite van de Belastingdienst of via speciale software.
Eigen domein op internet
Elke ondernemer krijgt deze periode per sofi-nummer één domein op internet. Hij ontvangt hiervoor twee verschillende brieven: één met een gebruikersnaam en één met een password. Ondernemers met meerdere sofi-nummers (bijvoorbeeld bij verschillende vennootschappen en een apart sofi-nummer voor de BTW) krijgen ook meerdere domeinen. Deze domeinen blijven naast elkaar bestaan en het is vooralsnog niet mogelijk domeinen te koppelen. De gegevens van de domeinen moeten goed worden bewaard.
De ondernemer kan binnen zijn eigen domein alle aangiften die betrekking hebben op het betreffende sofi-nummer zien. De gegevens voor de aangiften omzetbelasting en de ICL-listing (Intracommunautaire levering) kunnen online worden ingevuld en verzonden. De winstaangifte en loonheffing & sociale verzekeringen (per 1 januari 2006) moet de ondernemer offline invullen. Hiervoor moet u een formulier downloaden. Na het invullen moet u het formulier weer uploaden en is de aangifte gedaan. De formulieren kunt u slechts éénmaal downloaden. Hier is aan te raden om na het downloaden een kopie te maken (een kopie opvragen bij de Belastingdienst duurt enkele dagen).
Voor alle in het domein aangekondigde aangiften geldt straks dat na het inleveren (ook als iemand anders dit doet) de belastingplichtige een melding van inlevering krijgt. Dit laatste is een verandering ten opzichte van nu. Op dit moment krijgt men geen ontvangstbevestiging.
BAPI in de eigen software
Naast het aangeven via de internetsite van de Belastingdienst is het ook mogelijk om gebruik te maken van speciale aangiftesoftware die via het internet of een modem contact maakt met de computersystemen van de Belastingdienst. Deze communicatie met de Belastingdienst wordt geregeld via het zogenaamde BAPI (Belastingdienst Advanced Program Integration). De BAPI-software wordt ingebouwd in de administratieve software (voor de BTW aangifte en ICL-listings) of in de software welke de accountants- en advieskantoren gebruiken voor het opstellen van de aangiften.
Er zijn twee soorten BAPI-software, te weten: BAPI-PKI en BAPI-PIN
BAPI-PKI
BAPI-PKI (Public Key Infrastructure) is een wereldwijd gehanteerde technologie, waarbij berichten versleuteld worden verzonden. Hierdoor kunnen alleen de verzender en de ontvanger het bericht lezen. Om berichten naar de Belastingdienst te verzenden moet een PKI-certificaat worden aangevraagd bij DigiNotar (www.diginotar.nl). Dit is de enige leverancier die vooralsnog is goedgekeurd door de Belastingdienst. Het PKI-certificaat wordt voor vier jaar verleend en kost € 60,- per jaar. Het eerste jaar kost het certificaat € 85,-. Groot voordeel van BAPI-PKI is dat niet elke aangifte afzonderlijk hoeft te worden ondertekend. De software ondertekent de aangifte met het verkregen certificaat. Dit laatste kan in sommige situaties overigens ook een nadeel zijn. Zodra iemand een aangifte wil versturen, kan de software dit zonder verdere belemmeringen doen.
BAPI-PIN
De Belastingdienst heeft ook de BAPI-PIN-variant als alternatief mogelijk maakt. De ondernemer moet bij deze aangifte per aangifte een unieke pincode meesturen. Deze systematiek werkt al een aantal jaren bij de particulieren voor de aangifte inkomstenbelasting. Ondernemers die met deze BAPI-PIN willen werken, moeten per sofi-nummer een pincode kenbaar maken aan de Belastingdienst. Uit oogpunt van efficiency kan voor de verschillende sofi-nummers dezelfde pincode worden ingestuurd. Het is alleen mogelijk om een aangifte via BAPI-PIN in te sturen als men de juiste pincode kent. De Belastingdienst neemt een aangifte met een verkeerde pincode niet in behandeling.
BAPI-PKI en BAPI-PIN kunnen door elkaar, op dezelfde PC, worden gebruikt. Beide systemen kennen voor- en nadelen. Een ondernemer die zijn aangifte omzetbelasting vanuit zijn administratieve software wil versturen kan – mits de softwareleverancier dit ondersteunt, kiezen uit één van beide varianten. Ook gezien de kosten lijkt BAPI-PIN het meest voor de hand te liggen. Voor beide BAPI-varianten geldt verder dat de ondernemer een postbus moet hebben bij de Belastingdienst. Het aanvragen van een postbus kan via het softwarepakket zelf. Het aanvraagformulier moet per post (dus niet digitaal) naar de Belastingdienst worden verstuurd. Na ontvangst van de postbusgegevens moeten deze in het softwarepakket worden ingebracht.
Hard- en software eisen
De internetaangiftemethode is volgens een uitdrukkelijke mededeling van de Belastingdienst platform- en browseronafhankelijk gebouwd. De methode is getest met alle Windowsversies van 95 en hoger, Mac OS 9 en OS X en Linux. Voor de aangifte omzetbelasting (online aangifte) is alleen een computer met internettoegang nodig. Voor de offline versie (winstaangifte en loonheffing per 2006) moet de ondernemer de beschikking hebben over Acrobat Reader versie 6 of hoger (momenteel is 6 de meest recente versie). Dit programma is gratis op de site van Adobe (www.adobe.com) te downloaden. Op de site van de Belastingdienst komt/staat een link naar deze software. Acrobat Reader versie 6 is echter niet geschikt voor Windows 95, Windows 98 first edition, Mac OS 9 en Linux. Voor de offline aangiften is Windows 98 second edition of hoger of Mac OS X nodig. Acrobat heeft aangegeven dat er wordt gewerkt aan een Linuxversie.
Bij gebruik van administratieve software met BAPI-ondersteuning moet een modemverbinding mogelijk zijn om te communiceren met de Belastingdienst. Eventuele nadere eisen komen binnenkort van de softwareleveranciers.
Aangifte omzetbelasting
Ondernemers kunnen de periodieke aangifte omzetbelasting op twee manieren insturen. Dit geldt overigens ook voor het versturen van de periodieke ICL-listings.
Methode 1: via internet
Ondernemers blijven de huidige werkwijze hanteren. De gegevens worden echter niet meer ingevuld op het door de Belastingdienst toegestuurde aangifteformulier, maar op het aangiftescherm op internet in het eigen domein. Ondernemers die bijvoorbeeld maandelijks de aangifte omzetbelasting uitdraaien uit het eigen administratiepakket en overschrijven op het aangifteformulier, typen nu de verkregen gegevens in op het beeldscherm van de betreffende aangifte. Dit geldt ook als de ondernemer de aangiftegegevens ontvangt van zijn administrateur of accountant.
Methode 2: via BAPI
Vrijwel alle administratieve softwareleveranciers leveren een door de Belastingdienst goedgekeurde BAPI-module. Ondernemers kunnen na het invoeren van de administratie, de aangifte beoordelen en besluiten deze direct vanuit het administratiepakket te versturen. Bij BAPI-PIN vraagt het softwarepakket nog om een pincode, voordat de aangifte kan worden verstuurd.
Ondernemers die hun administratie laten uitvoeren door een administratiekantoor of een accountant, moeten in overleg kiezen voor methode 1 of 2. Wordt gekozen voor methode 2, dan is het afhankelijk van de werkwijze van het administratiekantoor of de accountant hoe de verzending, al dan niet met de pincode, van de ondernemer plaatsvindt.
LET OP:
De betaling van de aangifte omzetbelasting gaat niet automatisch. U moet gebruik maken van de aan u toegezonden acceptgiro of u gebruikt een andere vorm van overschrijven met de juiste gegevens.
Stappenplannen:
- U doet zelf uw administratie en aangifte BTW, of
- U ontvangt de aangiftegegevens van Kalb en Partners Accountants/Adviseurs
U doet zelf uw administratie en aangifte BTW
- U gebruikt een administratiepakket dat BAPI ondersteunt en wilt dit ook gebruiken voor de aangifte:
- Ja: ga naar stap 2
- Nee: ga naar stap 3
- Volg de instructie van de softwareleverancier op. U heeft de keuze uit twee varianten:
- BAPI-PIN. Meld aan de Belastingdienst welke pincode u wenst te gebruiken bij het betreffende sofi-nummer, ga vervolgens naar stap 4
- BAPI-PKI. Hiervoor moet een certificaat worden aangevraagd bij Diginotar en de jaarlijkse kosten zijn € 60,-, ga vervolgens haar stap 4
Voor beide varianten geldt dat u een postbus bij de Belastingdienst dient aan te vragen met behulp van de aanwijzingen van de softwareleverancier.
- U maakt een uitdraai uit uw administratiepakket:
- U maakt verbinding met uw domein op internet, met behulp van gebruikersnaam en wachtwoord en vult de aangifte online in, sla de aangifte op of maak hiervan een print. Vervolgens zendt u de aangifte, ga naar stap 4
- Na indiening ontvangt u per e-mail bericht of de aangifte goed is ontvangen, ga naar stap 5
- Nadat u de aangifte heeft verzonden, kunt u in uw domein nakijken wanneer de aangifte is gedaan, of beter, wanneer de aangifte is ontvangen door de Belastingdienst. U maakt verbinding met uw domein op internet met behulp van uw gebruikersnaam en uw wachtwoord. Vervolgens bekijkt u de status van de betreffende aangifte.
U ontvangt de aangiftegegevens van Kalb en Partners Accountants/Adviseurs
- U ontvangt van ons een papieren uitdraai van de aangifte:
- U heeft besloten de aangifte zelf via internet te versturen, ga naar stap 2
- U heeft besloten de aangifte door ons te laten versturen. U tekent de aangifte voor akkoord en stuurt deze terug naar ons kantoor. Wij zorgen voor de uiteindelijke indiening, ga naar stap 4
- U heeft een uitdraai van de aangifte van ons ontvangen:
- U maakt verbinding met uw domein op internet met behulp van gebruikersnaam en wachtwoord en vult de aangifte online in, sla de aangifte op of maak hiervan een print. Vervolgens verzendt u de aangifte; ga naar stap 3
- Na indiening ontvangt u per e-mail bericht of de aangifte goed is ontvangen, ga naar stap 4
- Nadat u of Kalb en Partners Accountants/Adviseurs de aangifte heeft ingediend,kunt u in uw domein nakijken wat de status van deze aangifte is. U maakt verbinding met uw domein op internet met behulp van uw gebruikersnaam en uw wachtwoord. Vervolgens bekijkt u de status van de betreffende aangifte.
EINDE STAPPENPLAN
TERUG
Mei 2004 BTW-nummers controleren van buitenlandse afnemers
gaat u goederen leveren aan een buitenlandse afnemer binnen de (nieuwe?) Europese Gemeenschap? Controleer dan het BTW-identificatienummer voordat u levert!
U kunt dit nummer controleren via een speciale internet-site. U vindt deze terug onder onze links
vanaf 1 mei 2004 kunt u daar ook de BTW-nummers van ondernemers uit de nieuwe lidstaten controleren.
TERUG
Mei 2004 Afschaffing Wet Arbeidsongeschiktheidsverzekering Zelfstandigen (WAZ)
Als zelfstandige bent u niet verzekerd volgens de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO). Bij arbeidsongeschiktheid komt u in aanmerking voor een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ).
Zoals u waarschijnlijk weet heeft het kabinet besloten de WAZ per 1 juli 2004 af te schaffen. Dit wetsvoorstel ligt nu bij de Tweede Kamer. Het voorstel kan dus nog worden aangepast. Als de plannen doorgaan, betekent dit dat zelfstandigen vanaf 1 januari 2004 geen premie meer voor de WAZ hoeven te betalen. In het eerste half jaar van 2004 zijn zij nog wel wettelijk verzekerd tegen arbeidsongeschiktheid.
Indien u vóór 1 juli 2004 arbeidsongeschikt raakt en aan de uitkeringsvoorwaarden voldoet, dan heeft u nog recht op een WAZ-uitkering na de wachttijd van een jaar. Uw uitkering gaat dan uiterlijk op 30 juni 2005 in. U moet wel binnen dertien weken nadat u ziek geworden bent hiervan melding maken bij het UWV. Na uw melding ontvangt u van het UWV een formulier waarmee u een WAZ-uitkering kunt aanvragen. Dit formulier moet u binnen negen maanden nadat u ziek bent geworden terugsturen.
Als u na 1 juli 2004 arbeidsongeschikt raakt, komt u niet meer in aanmerking voor een WAZ-uitkering. U moet zelf preventief voor een vervangend inkomen zorgen, bijvoorbeeld door een particuliere arbeidsongeschiktheidsverzekering af te sluiten.
TERUG
Mei 2004 Belastingdienst achterhaalt 1 miljard euro aan zwart geld
De Belastingdienst heeft in de afgelopen anderhalf jaar ongeveer 1 miljard euro aan zwart vermogen opgespoord dat Nederlandse belastingplichtigen in het buitenland voor de fiscus verborgen hielden. Over dat geld heeft de Belastingdienst inmiddels voor 250 miljoen euro aan aanslagen opgelegd.
135 Miljoen euro van deze aanslagen is definitief opgelegd. De resterende 115 miljoen euro wordt door de betrokken belastingplichtigen nog aangevochten voor de belastingrechter.De Belastingdienst wist het zwarte geld op te sporen door de uitwisseling van gegevens tussen de belastingdiensten.
TERUG
Maart 2004 Kasrondje bij oprichting BV kan gevaarlijk zijn!
Bij oprichting van een B.V. moet aan enkele vereisten worden voldaan. Eén van deze wettelijke eisen is het storten van een minimumkapitaal van € 18.000,- door de aandeelhouder(s). Tot het moment waarop aan deze eis (en enkele andere eisen) is voldaan, zijn de bestuurders hoofdelijk aansprakelijk voor de in naam van de B.V. verrichte rechtshandelingen.
In de praktijk wordt nogal eens creatief omgesprongen met de stortingsplicht. Denk aan het zogenaamde ‘kasrondje’: de aandeelhouder stort € 18.000,-, maar leent het geld direct weer terug van de B.V..
De Hoge raad moest recent oordelen over een situatie waarbij zich op de bankrekening van een B.V. (in oprichting) ten tijde van de oprichting een saldo van ruim € 18.000,- bevond. De bank verklaarde dat het geld door de oprichter (volgens zijn verklaring) was gestort als aandelenkapitaal. Maar het lag iets anders. Dat saldo was ontstaan doordat het bedrag was gestort door een opdrachtgever waarvoor de B.V. in het oprichtingsstadium werkzaamheden had verricht. Het geld was dus niet afkomstig van de oprichter/aandeelhouder. Anderhalf jaar later werd de opgerichte vennootschap failliet verklaard. De curator vond dat er geen rechtsgeldige storting had plaatsgevonden. Hij verlangde alsnog storting én (en dat is nog belangrijker) stelde de aandeelhouder in zijn hoedanigheid van bestuurder persoonlijk aansprakelijk voor de schulden van de vennootschap. De Hoge Raad wees de vordering van de curator toe. Het bedrag van € 18.000,- kwam immers niet uit het vermogen van de aandeelhouder, maar behoorde tot het vermogen van de B.V. (in oprichting).
Het doel van dit minimumkapitaal is de B.V. een basiskapitaal te verschaffen dat mede dient ter bescherming van crediteuren. Nu dat minimumkapitaal niet gestort was, was er een oprichtingsgebrek met als gevolg persoonlijke aansprakelijkheid van de bestuurder/aandeelhouder voor alle verplichtingen van de B.V. voortvloeiende uit rechtshandelingen.
De moraal moge duidelijk zijn: bij storting van het minimumkapitaal moet werkelijk € 18.000,- aan de B.V. ter beschikking worden gesteld. Wie zich bedient van het kasrondje en van andere oneigenlijke ‘stortingen’ loopt het risico een hoge rekening gepresenteerd te krijgen als de B.V. ten onder gaat.
TERUG
Februari 2004 Wanneer inhouding loonbelasting en premies sociale verzekeringen over fooien?
Het is gebruikelijk dat personeel in bepaalde bedrijfstakken, zoals met name het bedienend personeel in het horeca- en aanverwante bedrijf, fooien ontvangt. Onder omstandigheden moeten werkgevers in deze branche loonbelasting en premies sociale verzekeringen over fooien inhouden. Dit is het geval als met het overeengekomen loon rekening is gehouden met de ontvangst van fooien. Voor een bepaalde situatie bestaat zelfs een normering voor fooien: Als het uitbetaalde loon lager is dan het (CAO-)minimumloon wordt het bedrag aan fooien geacht te bestaan uit het verschil tussen het minimumloon en het rechtstreeks van de werkgever ontvangen loon. Deze regel paste de Centrale Raad van Beroep toe bij een cafébedrijf dat nagenoeg al het personeel minder betaalde dan het CAO-minimumloon.
TERUG
Januari 2004 Werkgever moet twee jaar doorbetalen bij ziekte
Werkgevers moeten met ingang van 1 januari 2004 hun zieke werknemers twee jaar lang 70% van het loon doorbetalen in plaats van één jaar lang. Het wetsvoorstel dat hierin voorziet, werd eind 2003 nog op de valreep door de Eerste Kamer goedgekeurd. De verlenging van de verplichting tot doorbetaling van loon van één naar twee jaar is van toepassing op ziektegevallen vanaf 1 januari 2004. Hierbij geldt dat ziektegevallen die elkaar binnen vier weken opvolgen, als één geheel worden beschouwd.
Nauwkeurige registratie
Belangrijk is dat alle ziektegevallen in de vier weken voorafgaand aan 1 januari nauwkeurig zijn geregistreerd. Ligt er in deze periode één ziektedag, dan bestaat de mogelijkheid dat er bij een nieuwe ziekmelding toch sprake is van een samengestelde periode van arbeidsongeschiktheid waarvan de eerste ziektedag vóór 1 januari 2004 ligt. In dat geval hoeft u maar maximaal één jaar het loon van de werknemer door te betalen.
TERUG
December 2003 Belgische banken gaan witwassers binnenhalen
Vanaf 1 januari 2004 treedt in Belgie een amnestieregeling in werking. Alle Belgen met zwart geld op de bank, en ook de Nederlanders die in Belgie belastingplichtig zijn, kunnen vanaf 1 januari 2004 hun spaargeld bij de Belgische fiscus witwassen.
Over het aangemelde kapitaal wordt een strafheffing van 6% geheven. Wel moet de eigenaar dan het geld in de economie investeren. Personen die vrij over hun geld willen beschikken, betalen een strafheffing van 9%. Banken in Belgie zijn reclamecampagnes begonnen om de zwartspaarders aan te moedigen via hun bank hun geld wit te wassen.
TERUG
December 2003 Let op de verklaring ziekenfondswet
De belastingdienst heeft onlangs massaal verklaringen ziekenfondswet verstuurd. Hierbij verklaart de belastingdienst of u – als zelfstandige – al dan niet verplicht verzekerd bent voor het ziekenfonds in het jaar 2004. U kunt hiertegen binnen zes weken desgewenst bezwaar aantekenen.
De peildatum voor beoordeling verzekeringsplicht is 1 oktober 2003. Er wordt dan gekeken naar de jaren 1999-2001. Als uw belastbaar inkomen in deze periode gemiddeld per jaar (inclusief drempel) maximaal € 22.155 beliep, bent u in 2004 verplicht verzekerd voor het ziekenfonds.
Op verzoek kan één jaar buiten beschouwing blijven, mits het verzoek binnen zes weken wordt ingediend.
Starters mogen dit ene jaar niet buiten beschouwing laten. De belastingdienst heeft een vraag- en antwoordbesluit uitgebracht over de regeling.
Let op: Het indienen van een bezwaarschrift schort de verzekeringsplicht helaas niet op. Twijfelt u aan de juistheid van de beschikking, of wenst u advies? Neem dan contact op met uw relatiebeheerder van Kalb en Partners
TERUG
December 2003: Fiscaalvriendelijk fitnessen
Wist u dat er fiscaalvriendelijke mogelijkheden zijn voor bedrijfsfitness van de zaak? Hoe kunt u die benutten? Wat levert dat op?
U wilt als ondernemer dat uw werknemers goed presteren. Een goede lichamelijke conditie is daar bij heel belangrijk. Het vermindert vaak ook het kostbare ziekteverzuim. U kunt net als veel collega-ondernemers al doen, de mogelijkheden scheppen om mensen zover te krijgen dat ze gaan sporten.
Bedrijfsfitness en de sportieve fiscus
Waar het om gaat, is dat u bedrijfsfitness mogelijk maakt. Uw werknemers kunnen dan op uw kosten gaan sporten en blijven dan lichamelijk fit. Hoewel dit een voordeel uit de dienstbetrekking is en hier over eigenlijk loonbelasting betaald moet worden, vindt ook de overheid lichamelijke beweging van belang en heeft hiervoor een regeling getroffen. Onder voorwaarden is het voordeel dat de werknemer van de regeling heeft, vrijgesteld van loonbelasting en vormt daarmee dus een vrije vergoeding. Voor deze onbelastbaarheid gelden wel wat voorwaarden.
Wat is fitness volgens de fiscus? Het is van belang om te weten wat de fiscus als bedrijfsfitness aanmerkt. Het moet gaan om: conditie- of krachttraining van werknemers, georganiseerd of op touw gezet door u als werkgever en waarbij des kundig toezicht is. De bedrijfsfitness kan zowel op het werk of elders (sportschool) plaatsvinden.
Lekker onbelast. De voorwaarden waaronder de bedrijfsfitness onbelast blijft, zijn: dat in principe ten minste 90% van de werknemers mee kan doen (deelname eraan voor hun openstaat) en dat de bedrijfsfitness geheel of bijna geheel plaatsvindt tijdens werktijd.
Als werkgever kunt u de bedrijfsfitness op twee manieren vergoeden. Ofwel u betaalt zelfde kosten van bedrijfsfitness en instructeur bij u op het werk danwel op de sportschool, ofwel u vergoedt de kosten aan de werknemers. In beide gevallen is dit onbelast als aan de bovenstaande voorwaarden wordt voldaan.
Niet aan voorwaarden voldaan?
Als u wel een bedrijfsfitnessregeling voor uw werknemers heeft, maar u voldoet niet aan de voorwaarden, dan is er sprake van loon in natura en moet hierover loon belasting worden afgedragen. Dat is dus extra hard ‘fiscaal zweten’. De inspecteur zal in dat geval een waarde aan de bedrijfsfitness toekennen om de belasting over te kunnen berekenen. Dit zal hij doen volgens de normale regels voor de belasting van ‘loon in natura’. In dit geval komt het erop neer dat de waarde in het economische verkeer van de bedrijfsfitness belast zal worden. In de praktijk zal dit neerkomen op de abonnementskosten van fit ness bij een sportschool. Dit wordt dan bij het brutoloon geteld en hier wordt de volle mep loonbelasting en sociale premies over geheven.
Eigen baas
Indien u als directeur-grootaandeelhouder in dienst bent van uw eigen B.V., geldt de bedrijfsfitnessregeling ook voor u. U kunt dan ook profiteren van de vrije bedrijfsfitness. Wel moet aan boven staande voorwaarden worden voldaan en moet de regeling dus ook voor 90% van ander personeel openstaan.
Als Inkomstenbelastingondernemer bent u niet als werknemer in dienst, zodat de bedrijfsfitness regeling niet voor u geldt. Voor uw personeel in loondienst kunt u de regeling uiteraard wel gebruiken. Aftrek van fitness van de IB-ondernemer van zijn winst is slechts mogelijk indien er een zakelijk belang mee gediend is, dat zal bij fitness vaak niet fiscaal hard te maken zijn. Persoonlijke uitgaven voor fitness van u als IB-ondernemer zijn (helaas) niet van de bedrijfswinst aftrekbaar.
Als u uw personeel laat sporten op kosten van de zaak via een bedrijfsfitnessregeling die aan de genoemde voorwaarden voldoet, kan dat lekker sportief totaal belastingvrij. Dit geldt soms ook voor de directeur-grootaandeelhouder.
TERUG
December 2003: Wijziging reiskostenregelingen 2004
In 2004 veranderen er een aantal zaken op het gebied van reiskosten. Wat de precieze gevolgen voor uw praktijk zijn, vergt een duik in de arbeidsvoorwaarden. Uiteraard bieden de nieuwe regelingen mogelijkheden om een aantal werknemers een extraatje te geven. Maar de regeling heeft ook (mogelijk) nadelen voor zowel werkgevers als werknemers.
Hieronder behandelen wij achtereenvolgens de belangrijkste wijzigingen:
Wij eindigen tenslotte met een conclusie.
Vanaf 1 januari 2004 mag voor zakelijke kilometers een belastingvrije vergoeding worden gegeven van maximaal € 0,18 per kilometer, ongeacht het soort vervoermiddel. Andere vergoedingen (zoals parkeergelden en tolgelden) naast deze € 0,18 zijn loon en zijn dus belast!
Werknemers die met hun eigen auto veel zakelijke kilometers vergoed krijgen, kunnen er flink op achter uit gaan. Momenteel mag u hen per zakelijke kilometer € 0,28 onbelast vergoeden. Straks nog maar
€ 0,18. Wat de precieze gevolgen zijn, hangt af van de arbeidsvoorwaarden. Wij geven u een aantal voorbeelden.
Stel, u heeft een soortgelijke bepaling voor zakelijke reizen in de arbeidsvoorwaarden opgenomen. Bijvoorbeeld: de werknemer heeft recht op een belastingvrije vergoeding voor zakelijke reizen volgens wat “fiscaal onbelast mag worden vergoed”. Ook nu moet u omschrijven wat met “zakelijke reizen” bedoeld wordt. Verder betekent het dat u de werknemer niet meer € 0,28 hoeft te geven, maar slechts € 0,18.
Maar stel nu dat u bent overeengekomen dat de werknemer € 0,28 krijgt, of € 0,28 netto. In het laatste geval (u heeft uw werknemer een netto vergoeding toegezegd van € 0,28) is het heel “eenvoudig”: u moet € 0,18 netto onbelast geven, en € 0,10 eurocent netto gebruteerd.
De eerste situatie (u bent overeengekomen “dat de werknemer € 0,28 krijgt”) is wat ingewikkelder. Wat heeft u nu exact toegezegd? De werknemer zal mogelijk stellen dat het om een nettobedrag gaat. Terwijl u mogelijk slechts bedoeld heeft die vergoeding te geven die fiscaal toelaatbaar is. Nu € 0,28, maar volgend jaar € 0,18.
Daarnaast is er een tussenweg. De werknemer krijgt volgend jaar nog steeds € 0,28, maar wel deels bruto en deels netto. U moet dan € 0,18 netto geven en € 0,10 bruto. Die € 0,10 bruto kost u echter mogelijk door bijvoorbeeld de WW-, WAO en Ziekenfondswetpremie € 0,12- € 0,13.
Zoals gezegd, welke gevolgen de nieuwe fiscale regels nu exact hebben, is afhankelijk van wat in de arbeidsvoorwaarden is geregeld, maar ook wat daarmee (bij het opstellen van de arbeidsvoorwaarden) bedoeld is.
Het reiskostenforfait voor woon- werkverkeer is in 2004 komen te vervallen. Met ingang van 1 januari 2004 wordt het woon- werkverkeer als zakelijke kilometers aangemerkt. Dit betekend dat voor deze kilometers ook een belastingvrije vergoeding van maximaal € 0,18 per kilometer gegeven kan worden ongeacht het soort vervoermiddel. Ook is er geen beperking meer in de reisafstand zodat ook werknemers met een reisafstand van minder dan 10 kilometer voortaan voor vergoeding in aanmerking komen.
Voor werknemers die met het openbaarvervoer reizen bestaat de keuze voor de vergoeding van de kosten van het openbaar vervoer of maximaal € 0,18 per kilometer. Voor een werknemer die een deel van de afstand met het openbaar vervoer en een deel met eigen vervoer reist, mag voor de gehele afstand maximaal € 0,18 per kilometer vergoed worden of het openbaar vervoer wordt vergoed plus een maximale vergoeding van € 0,18 voor de kilometers met eigen vervoer. Indien de werkelijke kosten van het openbaar vervoer worden vergoed, moet u de plaatsbewijzen per werknemer bewaren.
Stel, in uw arbeidsvoorwaarden staat dat de werknemer recht heeft op een belastingvrije vergoeding voor woon-werkverkeer ter hoogte van wat “fiscaal onbelast mag worden vergoed”. Wat zijn de gevolgen van de nieuwe spelregels?
Ten eerste zult u moeten gaan omschrijven wat u onder woon-werkverkeer verstaat. De fiscale regels kennen dat begrip dadelijk niet meer. De afspraken lijken de werknemer recht te geven op een vergoeding van zijn woon -werkkilometers van € 0,18 per kilometer. Ook moet u zich afvragen of u een werknemer die op 4 kilometer van zijn werk woont, wel per werkdag 8 kilometer à € 0,18 (belastingvrij) wilt vergoeden.
Deze regeling komt in 2004 te vervallen. Indien op verzoek van de werkgever een werknemer meerdere werknemers in zijn auto meeneemt geldt voor hem toch de vergoeding van maximaal € 0,18 per kilometer. Als u als werkgever met de chauffeur heeft afgesproken dat hij andere werknemers ophaalt, moet hij mogelijk omrijdkilometers maken. Deze kilometers komen ook in aanmerking voor een maximale vergoeding van € 0,18. Voor de werknemers die meerijden heeft u vervoer ter beschikking gesteld, deze werknemers komen daarom niet meer in aanmerking voor een onbelaste vergoeding.
Als de chauffeur en de meerijders uit privé-overweging hebben besloten om te gaan carpoolen komen beiden in aanmerking voor een onbelaste vergoeding van maximaal € 0,18. Voor de chauffeur komen omrijdkilometers dan niet in aanmerking voor onbelaste vergoeding.
Vanaf 1 januari 2004 geldt voor alle ter beschikking gestelde (bestel)auto’s een uniforme bijtelling van 22% in de inkomstenbelasting. Alleen indien aangetoond kan worden dat de (bestel)auto voor minder dan 500 kilometer privé is gebruikt kan de bijtelling achterwegen blijven. De kilometers inzake woon- werkverkeer zijn ook hier zakelijke kilometers. De 10% regeling en de 2,5% regeling voor bestelauto’s zijn ook komen te vervallen.
Met ingang van 1 januari 2004 kunt u een werknemer een onbelaste parkeergelegenheid verstrekken als deze zich bevindt bij de plaats van de werkzaamheden. Hierbij valt te denken aan een parkeerkaart om te parkeren bij de vaste arbeidsplaats of het adres van een klant.
Vergoedingen die u voor parkeergelegenheid vergoed naast de kilometervergoeding van € 0,18 zij belast.
Het verstrekken of vergoeden van parkeergelegenheid bij de woonplaats van de werknemer is altijd belast.
Uit het vorenstaande mag duidelijk zijn dat de nieuwe regels nogal wat financiële gevolgen kunnen hebben. Dat blijkt uit de volgende voorbeelden.
Stel, een werknemer, werkt op vijf dagen per week, woont op 50 kilometer van zijn werk en krijgt daarvoor volgens zijn arbeidscontract een vergoeding “voor zover dat fiscaal onbelast kan”. Deze werknemer reist met de auto en krijgt nu een vergoeding van maximaal € 130 per maand, of € 1.560 per jaar. Die werknemer zou kunnen claimen dat u hem in 2004 maar liefst € 4.050 aan reiskostenvergoeding verschuldigd bent. Namelijk over (stel) 225 werkdagen x 50 kilometer x 2 (heen en terug) x € 0,18.
Stel dat de werknemer op vijf kilometer van zijn werk woont en met de fiets komt. Nu heeft hij geen enkele reiskostenvergoeding. Met ingang van 2004 mag u (of moet u mogelijk) hem een vergoeding geven van 225 x 5 x 2 x € 0,18 = € 405.
Kijk uw arbeidsvoorwaarden goed na. Wat betekent deze wijziging voor u en uw werknemers? Let daarbij niet alleen op de letterlijke tekst, maar ook op de bedoeling van de bepalingen.
Als de belangen botsen (de werknemer eist € 0,28 netto, maar u wilt maar € 0,18 geven of hooguit € 0,28 bruto), kijkt of u er op een andere manier uitkomt. Door bijvoorbeeld € 0,18 te geven voor de zakelijke reizen, maar ook voor de woon -werkkilometers. Of door toevlucht te zoeken in andere belastingvrije vergoedingen.
Van belang is tevens dat u tijdig weet (en aan de salarisadministratie doorgeeft) wat u volgend jaar met de arbeidsvoorwaarden met betrekking tot de reiskosten wenst te doen. Dit biedt u, maar ook uw werknemers een stukje zekerheid. Ook voor de salarisadministratie is het van belang om eventuele wijzigingen tijdig te vernemen om deze wijzigingen in de salarisrun van januari te kunnen verwerken!
Kalb en Partners, afdeling salarisadministraties
TERUG
November 2003: wel of geen kerstpakket in 2003?
Met ingang van januari 2003 is de vrijstelling voor deze giften komen te vervallen (in 2002 € 136,-).
Hierdoor zijn geschenken bij feestdagen ( b.v. kerstpakketten ) niet meer belastingvrij te verstrekken.
(Indien binnen een bedrijf een personeelsfonds aanwezig is, zijn verstrekkingen vanuit dit fonds wel belastingvrij te verstrekken. Raadpleeg hiervoor uw relatiebeheerder of de afdeling salarisadministraties, want er worden wel strikte eisen gesteld aan een dergelijk personeelsfonds.)
Met ingang van 2003 moet dus bij de verloning rekening worden gehouden met (de waarde van) een cadeau. Over deze waarde is belasting en premies werknemersverzekeringen verschuldigd. Gevolg is dat werknemers een deel van hun cadeau in feite zelf zouden gaan betalen. Om dit te voorkomen kunt u er als werkgever voor kiezen om het cadeau als nettoloon te verstrekken, waarbij u dus de premies en belasting voor uw rekening neemt.
De werkgever kan er ook voor kiezen om de loonheffing voor eigen rekening te nemen door “eindheffing” toe te passen. Hierdoor verschijnt (de waarde van) het cadeau niet op de loonstrook van werknemer en bovendien is er dan geen premie werknemersverzekeringen verschuldigd. Deze vorm is voor een werkgever daardoor (uitzonderingen daargelaten) gunstiger dan om het cadeau als nettoloon te verlonen.
Voor toepassing van de eindheffing zijn wel enkele regels opgesteld;
- het maximum bedrag per verstrekking (cadeau) mag niet meer dan € 136,- zijn, en mag niet uit contant geld bestaan ( cadeaubonnen mag wel).
- per jaar mag niet meer dan € 272,- aan verstrekkingen ( cadeau’s) gegeven worden.
Voor het tarief van de eindheffing gelden speciale tabellen. Per werknemer moet bepaald worden welk tarief van toepassing is:

Indien u dus beslist een kerstpakket of ander cadeau te geven, gelieve dit dan aan ons door te geven. Tevens uiteraard de waarde van de verstrekking en voor welke vorm van verwerking gekozen wordt. Wij willen u hierin uiteraard graag adviseren!
Wij wensen u en uw medewerkers gezellige feestdagen toe !
Kalb en Partners, afdeling salarisadministraties
TERUG
November 2003: Nieuwe factuurvereisten per 1/1/2004
Voor Nederland heeft de implementatie van een nieuwe Europese richtlijn een beperkte uitbreiding van de verplichte factuurgegevens tot gevolg. Het betreft de volgende wijzigingen, die ingaan per 1/1/2004:
- Wanneer bij de handel in gebruikte goederen de zogenoemde margeregeling wordt toegepast, moet dat op de factuur worden vermeld.
- Als er sprake is van een vrijstelling, verleggingsregeling (belasting wordt geheven van de afnemer) of een intracommunautaire levering moet dit op de factuur worden vermeld.
- Op de factuur moet het BTW-identificatienummer van de presterende ondernemer worden vermeld (uw eigen BTW-identificatienummer dus, zie voetnoot).
- Het BTW-identificatienummer van de afnemer moet op de factuur worden vermeld, echter alleen als de belasting van hem wordt geheven (m.n. verleggingsregeling, intracommunautaire leveringen).
- Als de belasting wordt voldaan door een fiscaal vertegenwoordiger, moet zijn BTW-identificatienummer, naam en adres worden vermeld.
- Op de factuur moet de vergoeding worden vermeld voor elk tarief en elke vrijstelling. Ook moeten de eenheidsprijs exclusief omzetbelasting, de eventuele kortingen indien die niet in de eenheidsprijs zijn begrepen, en het toegepaste tarief worden vermeld.
- Op de factuur moet de datum worden vermeld waarop een vooruitbetaling is gedaan, voorzover die datum kan worden vastgesteld en verschilt van de uitreikingsdatum van de factuur.
- Op de factuur moet een opeenvolgend nummer worden vermeld, met één of meer reeksen, waarmee tevens de factuur eenduidig wordt geïdentificeerd.
- De factuurplicht voor bij ministeriële regeling aan te wijzen groothandelaren wordt uitgebreid tot al hun leveringen. Dit betekent dat die groothandelaar ook een factuur aan een niet-ondernemer moet uitreiken. De Belastingdienst krijgt hiermee meer controlemogelijkheden, waardoor “zwarte inkopen” beter kunnen worden tegengegaan.
Bij het omzetten van de richtlijn in Nederlandse wetgeving heeft Nederland waar mogelijk gekozen voor een wijze van omzetten die voor het bedrijfsleven, wat administratieve lasten betreft, zo weinig mogelijk belastend is.
Het wetsvoorstel is te vinden op www.minfin.nl/wv03-267.doc
Meer informatie over BTW-identificatienummers treft u aan op: http://www.belastingdienst.nl/9229250/ob/inhoud/5a59c60.htm
TERUG
Accountant Valkenswaard
Voor een goede en betrouwbare accountant in Valkenswaard en omstreken, bent u bij ons aan het juiste adres! KALB Accountants & Adviseurs is al sinds 1935 als accountantskantoor in Valkenswaard gevestigd. Onze organisatie bestaat uit ruim 25 enthousiaste professionals verdeeld over de afdelingen accountants, belastingadviseurs en salarisadviseurs.
TERUG
|
|
|
|